De bouw als basis

In de wijk Boddenkamp, vlakbij de Enschedese binnenstad, wordt flink gebouwd. Neem de Boddenkamplaan, waar ik af en toe doorheen fiets. Eerst lag er een kale vlakte, maar nu verrijzen er woningen die wel wat weg hebben van oude Amsterdamse grachtenpanden. Laatst ben ik afgestapt om één van de huizenblokken in aanbouw beter te kunnen bekijken. Meteen werd ik getroffen door de dynamiek op de bouwplaats. Bestelauto’s reden af en aan, bouwvakkers sjouwden met materialen, bouwliften waren volop in bedrijf. Er werd geschuurd, getimmerd, gestuukt. Mooi werk, maar zwaar werk.

Wie zijn de bouwers van deze nieuwe wijk in Enschede? Alleen al bij het handjevol huizen waar ik mijn fiets neerzette stonden acht bedrijfswagens. Ze kwamen uit de volgende plaatsen: Rijssen (Stucadoorsbedrijf Rijssen), Tubbergen (Bouwbedrijf Hulshof), Almelo (Aannemersbedrijf J. ter Horst), Albergen (Tegelzetbedrijf Beld), Denekamp (Veldscholten Dakdekking), Nijverdal (Nemaco Bouwmachines), Geesteren (Meinders Installatiebedrijf) en Enter (Bouwbedrijf Homan). In het rijtje vallen twee dingen op. Om te beginnen: het zijn allemaal Twentse bouwondernemingen. Fijn om te zien, want door bedrijven uit de buurt in te huren, leveren we een bijdrage aan de regionale werkgelegenheid. Verder bevestigde het bonte wagenpark rond de Enschedese bouwplaats mijn indruk dat je vooral buiten de grote steden bouwbedrijven vindt. De aannemer mag dan Almeloos zijn, de andere firma’s zijn zonder uitzondering gevestigd in Twentse plattelandsgemeenten.

Dat de bouw in kleinere plaatsen en dorpen in Twente zo goed vertegenwoordigd is, komt wellicht door de noodzaak aan opslagruimte. Zand, tegels, bakstenen, dakpannen, steigers, betonmolens en dergelijke nemen nu eenmaal veel plaats in. In de steden is die ruimte schaarser dan daarbuiten. Maar er spelen vast ook andere factoren mee. Want op het platteland is men er van oudsher aan om gewend buiten te werken, aan te pakken en elkaar te helpen. In de bouw komen deze activiteiten mooi samen – met relatief veel succesvolle bouwbedrijven als gevolg. Hoe dan ook: het platteland bouwt de stad. Toch iets om over na te denken nu de regio debatteert over een nieuwe Agenda voor Twente.

Sowieso vraag ik me af of we ons wel voldoende beseffen hoe belangrijk de bouwsector is voor ons land. Het zijn de bouwvakkers die letterlijk de basis leggen voor de huizen waar we wonen, de winkels en instellingen die we bezoeken en de kantoren waar we werken. Maar als de gebouwen er eenmaal staan, zijn de bouwers snel vergeten. Of zoals het spreekwoord luidt: ‘Als het huis volbouwd is, breekt men de steigers af’. Ik vind dat jammer en onterecht. Het zou goed zijn als de landelijke politiek meer oog heeft voor de uitdagingen waarmee de bouw te maken heeft, zoals toenemende concurrentie, de hogere pensioenleeftijd en de behoefte aan instroom van jong personeel. De lijsttrekkers die in deze verkiezingstijd naar Twente afreizen raad ik dan ook aan even langs te gaan bij de bouwplaats in Boddenkamp. Daar worden namelijk geen luchtkastelen gebouwd, maar échte huizen.

Deze column is eerder gepubliceerd in de Twentsche Courant Tubantia van 2 maart 2017

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns