De Nutella-paradox

Steevast start ik de dag met twee bruine boterhammen met Nutella. Hoe dat zo gekomen is, ben ik vergeten. Maar een ontbijt zonder de bekende hazelnootpasta kan ik me eigenlijk niet voorstellen. In de supermarkt ben ik altijd zo klaar, ik weet precies waar het staat. Ook mijn vrienden kennen mijn zwak voor Nutella, met als gevolg dat ik behalve de glazen potten in de drie reguliere maten ook al eens cupjes, minipotjes, actiemodellen en potten uit het buitenland cadeau heb gekregen. Topstuk in mijn collectie is een – intussen lege – pot Nutella van vijf kilo uit Italië.

Het lijkt erop dat steeds meer mensen mijn voorliefde voor het smeuïge broodbeleg delen. Zo staat er bij restaurantketen Happy Italy een Nutella-pizza op de kaart, terwijl je bij veel boekhandels en kookwinkels Nutella-kookboeken kunt krijgen. Elk jaar is het op 5 februari World Nutella Day en in Amsterdam was er deze zomer een heus Nutella-festival. Sowieso is Nutella uit het straatbeeld van onze hoofdstad niet meer weg te denken: er komen steeds meer wafelwinkels, crêperies en ijssalons die meeliften op het succes en hun producten besmeren met een dikke laag hazelnootpasta. Of zoals een NRC-journalist het omschrijft: ‘Amsterdam zucht onder de Nutella’.

Het is een raadsel waar die Nutella-hype vandaan komt, zeker als je bedenkt dat de aandacht voor verantwoorde voeding groeit. Als we experts mogen geloven, wil de consument tegenwoordig weten wat hij in zijn mond stopt en waar zijn eten vandaan komt. Biologische groentesapjes, suikervrije notenrepen en verse streekproducten zijn niet aan te slepen. Nutella druist daar volledig tegenin: het is een massaproduct dat voor 56,8 procent uit suiker bestaat en een hoop ‘slechte’ vetten bevat. Met een hazelnootaandeel van 13 procent kun je ook moeilijk beweren Nutella te eten vanwege de noten die erin zitten. Er is sprake van een Nutella-paradox: juist nu gezonde en bewuste voeding in opmars is, is het mierzoete en vette broodbeleg populairder dan ooit.

Is een lik Nutella de uitlaatklep voor wie even wat anders wil dan speltcrackers, superfruit en soeptomaatjes? Of is het goedje simpelweg onweerstaanbaar lekker? Fans prijzen het immers niet voor niets aan met leuzen als ‘Geluk is niet te koop, maar Nutella gelukkig wel’. Volgens mij hoeven we voor de verklaring van de Nutella-paradox niet zo diep te graven. Dat de boterhampasta tegen de trend in floreert, heeft gewoon te maken met jarenlange marketing. Dat zit ‘m niet eens zozeer in de receptuur als wel in de eenvoudig te onthouden naam (in 1964 is hij bedacht), het goed herkenbare etiket en het tijdloze design van de pot. Kinderen groeien op met Nutella, of ze het thuis nu wel of niet mogen eten. Daar kan echt geen voedingstrend tegenop. Naast uitgekiende reclame speelt ook de luiheid van ons brein mee. Want wij consumenten zijn gewoontedieren – als we eenmaal een bepaald merk kopen, blijven we dat meestal trouw. Ooit ben ik ook in die valkuil getrapt. Zal ik dan toch maar eens die AH biologische hazelnootpasta proberen?

Deze column is eerder gepubliceerd in de Twentsche Courant Tubantia van 6 oktober 2016

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns