De plek als party

Vroeger moesten we de straat op, of we wilden of niet. Boodschappen deed je bij het winkelcentrum om de hoek, een kaart postte je in de brievenbus en wie te laat dreigde te komen, stopte bij een telefooncel om te bellen. Onderweg kwam je mensen tegen, maakte je een praatje en genoot je van het weer of de dynamiek op straat. Door de opmars van de digitale wereld is het gebruik van de openbare ruimte steeds minder vanzelfsprekend. Je kunt ook gewoon thuis blijven en vandaaruit alles regelen. We hoeven niet meer per se de straat op – het is een keuze geworden.

Gelukkig is er ook een trend waarvan de buitenruimte kan profiteren: we hebben meer vrije tijd gekregen. En die tijd vullen we graag in met andere mensen, bijvoorbeeld met een drankje op het terras, hardlopend door het park of samen uitkijkend over het water. Dat betekent niet dat we elkaar de oren van het hoofd praten. Juist niet, want veel mensen vinden het prettig ‘samen alleen’ te zijn. Ze kijken in de publieke ruimte op hun mobiel, lezen wat of houden zich bezig met mensen kijken. Ook al zijn het passieve sociale activiteiten, ze verlevendigen het straatbeeld. Waar mensen hun vrije tijd buitenshuis doorbrengen, hangt grotendeels af van de kwaliteit van de plek. Als een straat, plein of park uitnodigend is, willen we er graag vertoeven – zo niet, dan blijven we liever thuis. Daarom is het juist in deze tijd zo belangrijk om aantrekkelijke plekken maken. Maar hoe creëer je een openbare ruimte die mensen aantrekt die op hun beurt weer nieuwe mensen aantrekken? Vanachter een bureau kun je dat niet bedenken. Professionals moeten de straat op om het gedrag van gebruikers te observeren, ‘op ooghoogte en met vijf kilometer per uur’.

Wie het straatleven op deze manier bestudeert, komt erachter dat de kwaliteit van de buitenruimte ‘m vaak in kleine dingen zit. Naast de drie b’s (bomen, bankjes en bloembakken) zijn variatie in licht, kleuren en materialen van belang. Maar dé succesfactor van een openbare ruimte is dat ze op menselijke maat is gebouwd. In zijn boek ‘Cities for People’ (2010) heeft de Deense stedenbouwer Jan Gehl dat mooi onder woorden gebracht. Volgens hem is een goed ontworpen plek als een goeie party: we blijven ‘hangen’, simpelweg omdat we het er zo naar onze zin hebben.

Deze column is eerder gepubliceerd in Future Green City 2018, een speciale uitgave van Vereniging Stadswerk Nederland

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns