De stad tussen de oren

Hoe ervaren we een stad? Wat blijft er hangen? Hoe vinden we er onze weg? Ons beeld van een stad hangt grotendeels af van wat we zien, zo blijkt uit studies. Een onderzoekspionier op dit gebied was stedenbouwkundige Kevin Lynch (1918-1984) die een eeuw geleden in Chicago werd geboren. In zijn klassieker ‘The Image of the City’ (1960) deed Lynch verslag van zijn veldwerk onder inwoners van Boston, Jersey City en Los Angeles. Hij vroeg ze om een kaart van hun stad te tekenen. Daaruit leidde hij af dat ‘de stad tussen de oren’ gedomineerd wordt door vijf elementen in de fysieke omgeving: routes, randen, districten, knooppunten en herkenningstekens. Samen bepalen ze de stedelijke ‘leesbaarheid’ oftewel het gemak waarmee we delen van een stad in ons hoofd ordenen tot een samenhangend geheel. Waarvoor staan die vijf beelddragers precies?

Routes (paths) zijn de levensaders van een stad, zoals hoofdwegen, straten en andere trajecten waarlangs grote groepen mensen zich verplaatsen. Denk aan de Ramblas in Barcelona, de Coolsingel in Rotterdam en de Stationsweg in Ede. Randen (edges) zijn markante overgangszones, bijvoorbeeld tussen stad en water. Neem de boulevard in Nice, de Waalkade in Nijmegen en de Heerengracht in Meppel. Randen zijn fotogeniek en vinden we vaak terug op ansichtkaarten en websites van de stad. Districten (districts) zijn stadsdelen met een eigen karakter, zoals het centrum, een stadswijk of een creatieve broedplaats. Chinatown in Manchester, Bezuidenhout in Den Haag en Strijp-S in Eindhoven zijn goede voorbeelden. Knooppunten (nodes) hebben betrekking op drukke, strategisch gelegen plekken waar mensen of activiteiten samenkomen, zoals marktpleinen, stations en kruispunten van wegen. Illustratief zijn de Spaanse Trappen in Rome, Hoog Catharijne in Utrecht en het Vrijthof in Maastricht. Herkenningstekens (landmarks) ten slotte zijn oriëntatiepunten in de stad die door hun afmetingen, historische of culturele waarde in het oog springen. Voorbeelden zijn de Eiffeltoren in Parijs, de Groningse Martinitoren en het stadhuis van Middelburg.

Het onderzoek van Lynch is overal herhaald en leverde telkens een soortgelijk beeld op. Blijkbaar hebben mensen ‘haakjes’ nodig om zich in een stad te oriënteren. De haven staat voor Hamburg, de Dam voor Amsterdam en Roombeek voor Enschede. Maar waaraan zijn Brussel, Zoetermeer en Oss te herkennen? Ter geruststelling: ook in een stad die minder goed leesbaar is, vinden we na verloop van tijd gemakkelijk onze weg. Ons brein slaat namelijk kennis van plekken automatisch op, zonder dat we er wat voor hoeven doen. Iedereen die wel eens een stedentrip maakt, weet dat uit eigen ervaring: binnen een dag loop je zonder problemen van de metro terug naar het hotel. In onze hersenen zit een apart orgaan dat gespecialiseerd is in ruimtelijke oriëntatie, de hippocampus. Uit onderzoek onder Londense taxichauffeurs blijkt zelfs dat je dit inwendige kompas kunt trainen. Voordat cab drivers in de Britse hoofdstad een taxivergunning krijgen, moeten ze duizenden routes uit hun hoofd kennen. MRI-scans van de hersenen van Londense taxichauffeurs lieten zien dat het achterste gedeelte van hun rechterhippocampus meer volume had dan bij een groep proefpersonen. Bovendien was het orgaan groter naarmate de chauffeurs meer ervaring hadden met het rijden op de taxi. Ook bij het navigeren door een stad geldt ‘oefening baart kunst’.

Deze column is eerder gepubliceerd in Stadswerk Magazine 3/2018

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns