De waarde van wandelen

Afgelopen weekend was ik in Wenen. De Oostenrijkse hoofdstad heeft veel meer te bieden dan Strauss, Schnitzels en Sachertorte. Dat merkte ik toen ik rondliep in de binnenstad en op een bijzonder festival belandde. Het was geen cultureel, culinair of sportevenement, dat was duidelijk. Maar wat dan wel? Navraag leerde dat ik op het Streetlife Festival was, een manifestatie om het Weense straatleven te vieren. Overal kon je informatie krijgen over wandelroutes, voetgangersapps en andere wandelaccessoires. In Wenen staat dit jaar de voetganger centraal. De gemeente wil dat inwoners vaker te voet gaan als ze in het stadscentrum onderweg zijn.

Op het eerste gezicht vond ik het gezocht om aan dit thema een speciaal evenement te wijden. Iedereen weet toch dat wandelen makkelijk en milieuvriendelijk is en ook nog eens goed voor de gezondheid? Maar toen ik terugliep naar het hotel, werd ik aan het denken gezet. In vergelijking met de auto, het openbaar vervoer en de fiets heeft de benenwagen inderdaad een hoop voordelen. Toegegeven, wandelen kost tijd, maar je hebt er naast goed schoeisel niet veel voor nodig. Naar een parkeerplaats of fietsenstalling hoef je niet te zoeken, terwijl je de ov-chipkaart thuis kunt laten. Je kunt letterlijk gaan en staan waar je wilt zonder je druk te hoeven maken of je vervoermiddel er bij terugkomst nog staat. Als wandelaar sta je niemand in de weg. Sterker nog, een stad is juist gebaat bij mensen die zich te voet verplaatsen. De aanwezigheid van voetgangers maakt wijken veiliger, of het nu gaat om woon-, werk- of winkelgebieden. Automobilisten, buschauffeurs en fietsers moeten alert zijn en hun snelheid minderen. Bovendien: op een plek waar veel mensen lopen krijgen criminaliteit en vandalisme minder kans. En voor de lokale detailhandel zijn voetgangers een zegen. Wandelende consumenten kijken in etalages en komen vaak terug – ze kunnen nu eenmaal niet alles tegelijk meenemen. Daar heb je als winkelier meer aan dan aan klanten die ‘s zaterdags met de auto voorrijden om de wekelijkse boodschappen in één keer in te slaan. Voetgangers zorgen voor een levendige openbare ruimte, een plek waar mensen oog voor elkaar hebben.

Net zoals glimlachen is wandelen een activiteit die niets kost maar ons allemaal wat oplevert. Alleen al daarom kan het niet genoeg gepromoot worden. In Wenen lijkt de Wien zu Fuß-campagne in elk geval aan te slaan. Steeds meer inwoners laten de auto of fiets staan en gaan te voet naar de binnenstad. Met een stappenteller op hun smartphone kunnen ze het aantal gezette voetstappen bijhouden om ze vervolgens in te wisselen voor attenties, zoals een kortingsbon voor de schoenmaker, een hippe tas of een flesje drinken. Daarmee probeert het stadsbestuur ‘het onbewuste bewust te maken’, om het in de woorden van de Weense psychiater Sigmund Freud te zeggen. Bij mij is dat gelukt: sinds het weekendje Wenen ben ik me bewust van de waarde van wandelen voor steden en hun bewoners. Ik ga snel weer eens een blokje om.

Deze column is eerder gepubliceerd in de Twentsche Courant Tubantia van 19 september 2015

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns