Duitse studeermachine

De hal van een luchthaven, daar doet het hoofdgebouw van de Universiteit Bielefeld nog het meest aan denken. Modernistisch architect Le Corbusier had zich er ongetwijfeld thuis gevoeld. In het pand dat tot de grootste aaneengesloten bouwwerken van Europa wordt gerekend, staan efficiëntie en functionaliteit voorop. In de ruim 400 meter lange hoofdstraat wijzen letters, pijlen en borden je de weg, terwijl je aan weerszijden tal van restauratieve voorzieningen, winkels en bankjes aantreft. In de mensa rollen maaltijden letterlijk van de lopende band, mokken worden machinaal ingezameld en afvalscheiding is tot kunst verheven. Maar bovenal krioelt het er van de mensen: studenten, wetenschappers, servicepersoneel en ‘gewone’ Bielefelders.

In 1969 kreeg Bielefeld – een voormalige textielstad met bijna 330.000 inwoners aan de rand van het Teutoburger Wald – een zogenaamde ‘hervormingsuniversiteit’: de instelling moest ruimte bieden aan een nieuwe vorm van onderwijs en onderzoek. Het toverwoord was interdisciplinariteit, wat tot uitdrukking werd gebracht in de centrale hal: alle faculteiten komen hierop uit. Aanvankelijk kon je er alleen wiskunde, rechten en sociologie studeren, maar intussen zijn er dertien faculteiten. De universiteit verzorgt ruim honderd studierichtingen, van een bachelor linguïstiek tot master sportwetenschap. Met 22.000 studenten is de Uni Bielefeld binnen Duitsland een middelgrote universiteit. Maar tot ver daarbuiten staat ze bekend om haar paradijselijke bibliotheek. De bieb bevat maar liefst 2,2 miljoen boeken, die allemaal in kasten zijn uitgestald. Wie wil, kan er doordeweeks tussen 8 uur ’s ochtends en 1 uur ’s nachts in alle rust studeren.

De meeste eerstejaars schrikken bij de aanblik van de wat bonkige Bielefeldse campus. Ga ik hier wel een gezellige studententijd beleven? Maar ze zijn meestal snel gewend, omdat er te midden van de functionele architectuur oog is voor de menselijke maat: er zijn zitmogelijkheden te over, er is volop plek voor posters, briefjes en spandoeken en overal is wel wat lekkers te krijgen. En wie niet tevreden is, kan zijn klachten kwijt in een speciale Meckerkasten. De compactheid van de campus wordt alom gewaardeerd: binnen vijf minuten kunnen studenten alle gebouwen te voet bereiken. En waar vind je een hoger onderwijsinstelling waar je tussen twee colleges door je boodschappen kunt doen? In Bielefeld kan het bij Eddy in der Uni, een supermarktje waar het assortiment is afgestemd op de student die de avond ervoor te veel heeft gedronken, nog een paar uur door moet halen of juist iets te vieren heeft. De Duitse studeermachine draait op volle toeren!

Fragment uit het boek ‘Campus in context’ (2016) van Peter Timmerman en Gert-Jan Hospers, uitgegeven door Stichting Stad en Regio

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns