Folkloristische omzwervingen

Het vallen van de avond. Dat vind ik in december het bijzonderste moment van de dag, zeker op het Twentse platteland. Of je nu in Hengevelde, Zuna of Lattrop-Breklenkamp bent, het is er even mooi. Over het landschap hangt een speciale, haast mystieke sfeer. Te voet of met de fiets zwervend door het buitengebied kun je je goed voorstellen hoe de oerbewoners van Twente zich gevoeld moeten hebben. Waarom wordt het zo vroeg donker? Wat is de oorzaak van die nattigheid en kou? Waar komt die dichte nevel vandaan? In vroeger tijden dachten de mensen in onze contreien dat er bovennatuurlijke krachten in het spel waren. Bijgelovig als ze waren, zochten ze naar verklaringen. En daar hebben we in Twente prachtige tradities en verhalen aan overgehouden.

Zo gaat het midwinterhoornblazen terug tot de Germaanse tijd. De weemoedige klanken die men uit de hoorns toverde waren bedoeld als afschrikmiddel: de boze geesten die de zon steeds korter lieten schijnen moesten verdreven worden. En het werkte, want na verloop van tijd werden de dagen langer. Of neem de ‘witte wieven’ die op de Twentse heide ronddoolden, vooral in de buurt van grafheuvels. Nu weten we dat het lokale mistbanken waren, maar onze voorvaderen zagen er spookachtige wezens in. In sommige sagen zijn de witte wieven hulpvaardige vrouwtjes, maar meestal worden ze beschouwd als plaaggeesten en ongeluksbrengers. En zo zijn er tal van andere verhalen over weerwolven, vuurgeesten en schimmelruiters die Twente onveilig maakten. Ook toen onze streek gekerstend werd, bleef de bevolking er door geboeid. Sterker nog, de regionale folklore kreeg een christelijke inkleuring. Het midwinterhoornblazen werd bijvoorbeeld de aankondiging van de geboorte van Jezus. En wat te denken van Sint Nicolaas? Zijn verhaal lijkt verdacht veel op voorchristelijke legendes waarin jagers op een ros in de midwinter door de lucht raasden. Toen de media nog geen vermaak boden, gingen deze ‘oale vertelsels van laand, van leu en van lèven’, zoals schrijfster Cato Elderink ze noemde, overal in Twente over tafel.

Het is jammer dat er van de magie rond de Twentse gebruiken en verhalen bijna niets meer over is. De verbeeldings¬kracht van vroeger heeft plaatsgemaakt voor de rationaliteit van de moderne tijd. Anno 2015 laat het zich voorspellen wanneer er ergens ‘witte wieven’ ontstaan en wanneer ze weer zijn opgetrokken. En indien gewenst kunnen we op de centimeter nauwkeurig berekenen hoe ver het geluid van een midwinterhoorn draagt. Maar wat hebben wij de generaties na ons aan Twentse folklore te bieden? ‘Traditie in het doorgeven van vuur en niet het aanbidden van as’, zei componist Gustav Mahler eens. Hij heeft gelijk, de creativiteit van onze voorouders is een inspiratiebron voor de toekomst. Daarom heb ik van Sinterklaas het standaardwerk ‘Folkloristische omzwervingen door Twente, Salland en de Gelderse Achterhoek’ (1977) van D.J. van der Ven gevraagd. Want kennis en begrip van de volkskunde maakt het Twentse decemberlandschap nog mooier.

Deze column is eerder gepubliceerd in de Twentsche Courant Tubantia van 5 december 2015

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns