Geluksvogels op Ven

Midden in de Sont, niet ver van de Zweedse kust, ligt het eilandje Ven. Er wonen zo’n 370 mensen. Wie er ’s winters naartoe gaat, moet proviand meenemen. Weliswaar heeft het eiland een supermarktje, maar het duurt even voor je daar bent. Eerst moet je in Landskrona naar de haven, vanwaar de veerboot één keer per anderhalf uur koers zet naar Ven. De overtocht duurt een half uur. Op Ven aangekomen is echter alle horeca gesloten en zit er niets anders op dan wachten op de belbus die je desgewenst afzet bij Möllebackens Livs, de eilandsuper van Lars-Göran Carlsson. Als je geluk hebt, kun je daar nog een paar broodjes kopen – en anders wordt het een rol koekjes of een zak chips. Voor de rest is er op het eiland in de wintermaanden niets te krijgen.

Omdat Ven zo dicht bij Denemarken ligt, wordt het wel ‘het meest Deense stukje Zweden’ genoemd. In de zomervakantie is het met de winterse rust gedaan: duizenden bezoekers overspoelen het eiland dat niet meer dan 7,5 vierkante kilometer telt. De toeristen komen er niet alleen om te fietsen, luieren of de zon in de Sont te zien zakken. Ven heeft ook bezienswaardigheden, waaronder de restanten van het kasteel Uraniborg en de sterrenwacht Stjerneborg. Hier woonde en werkte astronoom Tycho Brahe (1546-1601) die het hele eiland van de Deense koning cadeau kreeg als dank voor zijn ontdekking van een nieuwe ster. In de tuin staat het voormalige observatorium, terwijl in het ondergrondse deel van de sterrenwacht het Tycho Brahe-museum is gehuisvest. Van de Koninklijke Bibliotheek die ooit bij het complex hoorde, is niets meer over. De bieb die Ven nu nog heeft, is superklein en heeft beperkte openingstijden: ‘s maandags tussen 15:30 en 18:30 uur.

Wie wonen er op Ven? Het zijn mensen die houden van eenvoud, stilte en de natuur. En ze moeten ertegen kunnen dat iedereen elkaar hier kent – het is een kleine gemeenschap. Dat kunnen we opmaken uit het boek Överlevare (overlevers) dat Pär-Ola Bruhn over de inwoners van Ven schreef. Tussen de eilanders zitten natuurfanaten en kunstenaars, maar ook een hoop mensen met een eigen bedrijf, zoals een whiskeystoker, een visroker en een boer die durumtarwe voor pasta verbouwt. En menigeen werkt in de plaatselijke toerismesector. Meneer Carlsson, de eigenaar van het supermarktje, hoeft eigenlijk niet meer te werken: in 2009 won hij 2,1 miljoen kronen in de loterij. In 2014 viel er weer een prijs op een lot dat in zijn supermarkt werd verkocht. Het zijn geluksvogels, daar op Ven. Ze wonen waar anderen vakantie vieren. Maar in de winter, als de toeristen wegblijven, is het mooi geweest: dan sluiten ze de tent en is Ven weer even voor de Veners zelf.

Fragment uit het boek ‘Rond de Sont: op de grens van Denemarken en Zweden’ (2016) van Gert-Jan Hospers en Peter Timmerman, uitgegeven door Stichting Stad en Regio

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns