Heel Twente bakt

Huisgemaakte appel-peer-notentaart. Daarvan smulde ik toen ik afgelopen zaterdag bij mijn ouders op de koffie ging. Terloops vertelde mijn moeder dat het een recept was van Michael Sijbom, de burgemeester van Losser. Ze had het uit ‘Het geheim van de bakker’ (2014), een kookboek waarin Frederike Krommendijk recepten van ruim twintig bakkers, koks en bekendheden uit Twente bijeen heeft gebracht. Bladerend door het boek viel me op met hoeveel liefde de bakkende Tukkers over hun creaties spraken, van soepgroentebroodjes tot slagroom-hazelnootschuimtaartjes.

Het zal wel chauvinisme zijn, maar volgens mij is Twente dé bakregio van ons land. Vroeger waren roggebrood en boekweitpannenkoeken hier het voornaamste volksvoedsel. Ook op belangrijke momenten in het leven speelden bakwaren een grote rol. Zo kon een Twents meisje subtiel een huwelijksaanzoek weigeren door voor haar vrijer een pannenkoek te bakken met een ‘spleetharst’ erin, een stuk spek dat tot de helft was ingesneden. Had de jongen meer succes en werd hij zelfs vader, dan kwamen de buren kraamschudden met krentenwegge. Later luisterde de wegge ook andere feesten en partijen op. En dan hebben we het nog niet eens over de vele kniepertjes, kozakken en lokale lekkernijen, zoals de Enschede krekkel. Geen wonder dat Twentse bakkers in wedstrijden en verkiezingen zo hoog scoren. De beste oliebollen koop je bijvoorbeeld bij Echte Bakker Nijkamp in Holten, terwijl Patissier en Broodspecialist Van Otten (Enter), De Kleibakker (Tubbergen) en Bakker Meen (Delden) ook allerlei sterren, prijzen en trofeeën in de wacht hebben gesleept. Bovendien: Banketbakkerij Oonk (Enschede) – in 2008 al ’s lands beste bakker – en Bakkerij Koopmans (Tubbergen) horen bij de drie beste leerbedrijven van Nederland. Twentse bakwaren zijn daarnaast een gewild exportproduct. Bolletje is beroemd en menigeen kent Bakkerij Holland en Hollandia Matzes. Vanuit de webshop van Bakkerij De Winter in Denekamp gaan krentenwegges de hele wereld over. Maar in kwantiteit staat Oldenzaal als Twentse bakgemeente bovenaan: daar vinden we niet alleen fabrieksbakkerijen Smithuis en Pré Pain, maar sinds kort ook een vestiging van Europastry waar per uur 30.000 donuts van de band rollen.

Wat mij betreft mogen we Twente best wat meer als hoogwaardige bakregio profileren. Bakken staat immers voor ambacht, creativiteit en misschien zelfs wel een beetje voor geluk. Of zoals ik een keer bij een banketbakkerij aan de wand zag staan: ‘Gebak is het antwoord, het maakt niet uit op welke vraag’. Als rechtgeaarde Tukker moet ik zelf ook maar eens aan de slag met mixer, bakblik en oven. In ‘Het geheim van de bakker’ viel mijn oog al op enkele mooie recepten. Maar of ik er wat van bak? Ik denk dat ik de boterkoek van restaurant Den Haller uit Diepenheim ga proberen. Het is een heel oud recept. En het allerbelangrijkste: het baksel schijnt niet te kunnen mislukken.

Deze column is eerder gepubliceerd in de Twentsche Courant Tubantia van 17 februari 2016

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns