Het uithangbord van de stad

In de vakantie geldt voor velen van ons ‘lekker weg in eigen land’. Reizen met de trein is daarvoor ideaal. Met de NS een dag of twee naar een nog onbekende stad en je bent er even helemaal uit. Maar hoe ontdek je in zo’n korte tijd de essentie van een stad die je nog niet kent? De Weense stedenbouwer Camillo Sitte (1843-1903) hanteerde een vast stramien: hij reisde altijd met de trein naar een vreemde stad en ging van daaruit direct naar het grootste plein. Vervolgens bezocht hij een boekhandel, beklom de hoogste kerktoren, dineerde in een lokaal restaurant en sliep in een familiehotel. Zo kon Sitte zich snel een eerste indruk van de plaats vormen. Het station zag hij als het uithangbord van de stad en het plein als het centrum van het stedelijk leven, terwijl de boekhandel en de horeca hem zicht gaven op de interesses en mentaliteit van de inwoners. Uitkijkend vanaf de kerktoren kreeg hij ten slotte informatie over de omgeving van de stad.

Onbewust gaan treintoeristen nog altijd zoals Sitte te werk. Het station waar ze arriveren heeft een grote invloed op hun beeld van de stad. Ook een plaats kan maar één keer een eerste indruk maken. Het is een moment van waarheid, want als het tegenvalt moet de stad extra moeite doen om het tegendeel te bewijzen. Wellicht is dat de reden dat zoveel treinstations thans een transformatie ondergaan, van Den Haag en Utrecht tot Arnhem en Zwolle. Stadsbestuurders realiseren zich terdege dat stations meer zijn dan plekken die reizigersstromen in goede banen moeten leiden. De vraag is echter of de moderne treinstations iets zeggen over de stad zélf. Neem het nieuwe Rotterdam Centraal: zeker, het is een architectonisch hoogstandje, maar waaraan merk je dat je in Rotterdam bent? Op de meeste stations is maar weinig te vinden wat de lokale of regionale identiteit verbeeldt. Overal vind je de AH to go, Bruna, Döner Company en andere ketens – voor plaatselijke ondernemers is nauwelijks ruimte. Alleen de tongval van het servicepersoneel geeft wat couleur locale.

Dat de meeste treinstations in ons land inwisselbaar zijn, is niet verrassend. NS Stations exploiteert de locaties en maakt liever afspraken met grote ketens dan met lokale retailers. Bovendien vindt de NS het belangrijk dat de stations op elkaar lijken. De uitstraling moet herkenbaar zijn, of je nu in Den Helder, Heerlen of Hengelo bent. Gelukkig zijn er nog uitzonderingen op de regel. Neem station Middelburg, waar een lokale ondernemer het voor het zeggen heeft. In de stationsrestauratie kun je Zeeuwse babbelaars kopen, ligt de Provinciale Zeeuwse Courant op tafel en staat vers gebakken vis op het menu. Je weet meteen dat je in de hoofdstad van Zeeland bent aangekomen. Het is een verademing vergeleken met de eenheidsworst die je op andere stations aantreft. En voor Middelburg is het een troef, want de restauratie is niets minder dan het uithangbord van de stad. Op Camillo Sitte had Middelburg ongetwijfeld een goede eerste indruk gemaakt.

Deze column is eerder gepubliceerd in de Twentsche Courant Tubantia van 25 juli 2015

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns