Inspiratie uit Zutphen

Eerder dit jaar heb ik de Wijnhuistoren in Zutphen beklommen. Vanaf het historische gebouw, waar vroeger de stadswacht resideerde, had ik een prachtig uitzicht over stad en ommeland. Met zijn monumentale panden en meanderende straatjes is de middeleeuwse binnenstad van Zutphen goed bewaard gebleven. Op de toren zag ik de gezellige markt en de mensen die eroverheen liepen in miniatuurformaat. Vanuit vogelperspectief vallen de verschillen tussen een middeleeuwse en moderne stad nog meer op dan op straatniveau. Je ziet meteen: Zutphen is anders dan Enschede, Hengelo of Almelo. En wie je het ook vraagt, men vindt de Hanzestad aan de IJssel qua uitstraling aantrekkelijker.

Waarom zijn de meeste mensen zo te spreken over middeleeuwse steden à la Zutphen? Het antwoord is simpel: ze zijn gemaakt voor voetgangers. Zo vind je er volop mogelijkheden om lekker rond te struinen en eens een andere route te nemen. De straten zijn nauw, onregelmatig en kronkelig. Toen ze aangelegd werden, was dat geen probleem – je hoefde er niet met de auto of fiets doorheen. Dankzij hun bochten zorgden de straten voor mysterie en verrassing. Van tevoren wisten inwoners en bezoekers niet wat ze om de hoek zouden aantreffen. Op ons komt dit straatbeeld nog altijd prettig over. Grappig eigenlijk, want de middeleeuwse stedenbouwers hadden niet de beschikking over geavanceerde tekenprogramma’s en andere technische hulpmiddelen die nu worden ingezet. Ze gingen intuïtief te werk en namen zichzelf en de medemens als maatstaf. Het resultaat is dat ze automatisch op menselijke maat bouwden – de schaal die we van nature begrijpen. Het perspectief van de bouwers was iemand die op ooghoogte en met vijf kilometer per uur door de stad wandelde. Verder maakten de middeleeuwse bouwlieden gebruik van uiteenlopende materialen en kleuren. Daarbij hadden ze een scherp oog voor detail. Het heeft een gevarieerde bebouwing opgeleverd en een diversiteit aan gevels, deuren en decoraties. Die afwisseling zorgt ervoor dat er altijd wat te zien is. Uit onderzoek blijkt hoe belangrijk we dat vinden: hoe meer onze ogen getriggerd worden, hoe aantrekkelijker de plek. De Zutphense binnenstad is letterlijk een lust voor het oog.

Met de komst van de auto zijn stedenbouwers steeds minder vanuit voetgangers gaan denken. Het gevolg daarvan zien we overal. Veel stadscentra hebben te brede straten, te grote pleinen en te hoge gebouwen. Vanuit de auto of vanaf de fiets mag de openbare ruimte er dan redelijk uitzien, mensen die er rondlopen kunnen de omgeving niet goed lezen, vinden haar saai of voelen zich onveilig. Een aantrekkelijke binnenstad is gebouwd op mensenmaat. En ja, daar horen woorden als ‘knus’, ‘kneuterig’ en ‘gezellig’ bij. Maar wat is daar mis mee? Wat dat betreft verschillen de mens van nu en die van vroeger minder van elkaar dan je zou denken. Ik vind dat stedenbouwers zich af en toe best wat meer door hun middeleeuwse collega’s mogen laten inspireren. Wie wil weten waarom, raad ik aan de Wijnhuistoren in Zutphen eens te beklimmen.

Deze column is eerder gepubliceerd in de Twentsche Courant Tubantia van 5 oktober 2017

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns