Kerstmarktmannen

Elk jaar ga ik met twee collega’s naar een Duitse stad die we nog niet zo goed kennen. Deze keer viel de keuze op Düsseldorf. De oude binnenstad, de MedienHafen met z’n markante gebouwen, de Japanse wijk, een paar musea – er stond veel op ons lijstje. Dat het wel eens druk zou kunnen zijn voor de kerst, realiseerden we ons terdege. Maar zó druk? Al snel kwamen we erachter dat het te maken had met de kerstmarkt. Op meerdere plekken in het centrum stonden de houten huisjes opgesteld. Daaromheen een massa mensen, je kon over de hoofden lopen. Daarvoor waren we niet naar Düsseldorf gekomen!

Eigenlijk hadden we het ook wel kunnen weten. In Duitsland zijn kerstmarkten nu eenmaal populair. Ze hebben een eeuwenlange traditie en horen bij de adventstijd zoals kerstbomen en kerstmannen. In DB MOBIL, het blad van de Deutsche Bahn, las ik dat ruim de helft van de jaarlijkse kerstmarktbezoeken wereldwijd in Duitsland plaatsvindt. En dat gaat gepaard met een hoop glühwein: per seizoen drinken onze oosterburen bij elkaar zo’n vijftig miljoen liter van de drank. De kerstmarkten worden groter, gevarieerder en – na de vreselijke aanslag in Berlijn van vorig jaar – ook steeds strenger beveiligd. Naar eigen zeggen zijn Dortmund en Stuttgart met driehonderd kramen de grootste kerstmarkten van Duitsland. Voor diversiteit in het aanbod moet je naar Hamburg: je vindt er een artistieke, maritieme en veganistische kerstmarkt, maar bijvoorbeeld ook een Japanse en Scandinavische variant.

Het meest verrassend in het DB MOBIL-artikel over de kerstmarkt vond ik de uitslag van een enquête. Op de vraag ‘Wat vindt u het leukste aan kerst?’ komt bij Duitse vrouwen de kerstmarkt op de vierde plaats, na cadeaus krijgen, cadeaus geven en kerstversiering. Oké, daar kan ik me iets bij voorstellen. Maar bij Duitse mannen staat de kerstmarkt op één. Voor hen is een bezoek aan de gedecoreerde huisjes in de buitenlucht blijkbaar het ultieme kerstgevoel. Hoe zou dat komen? Want wat is er zo leuk aan om tien minuten in de rij te staan voor een beker lauwe kruidendrank en een broodje braadworst, terwijl je wordt geduwd en belaagd door wildvreemde mensen die op hetzelfde idee zijn gekomen? Voor bezinning, naastenliefde en saamhorigheid moet je in elk geval niet naar de kerstmarkt. Dat er in Leipzig 30.000 glühweinbekers per jaar worden gestolen, geeft te denken.

Misschien is de kerstmarkt bij Duitse mannen wel zo geliefd omdat ze een goed excuus is om met kameraden buitenshuis af te spreken. En ik moet toegeven: als je de ontberingen op de koop toeneemt en je in de mensenmassa eenmaal een plekje aan een statafel hebt kunnen bemachtigen, heeft het wel wat. In Düsseldorf ben ik met mijn collega’s ook overstag gegaan, een half uurtje maar. ‘Alles komt op de belichting aan’, zei de Duitse schrijver Theodor Fontane al. Dat geldt zeker voor de kerstmarkt die dankzij de vele lichtjes, geluiden en geuren een zintuiglijke totaalervaring is. Maar als we volgend jaar weer een stedentripje naar Duitsland maken, dan bij voorkeur toch vóór of na het kerstmarktseizoen.

Deze column is eerder gepubliceerd in de Twentsche Courant Tubantia van 14 december 2017

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns