Kijken of het klopt

Onlangs was ik in het havengebied van Kopenhagen. De drijvende schouwburg, het operagebouw en de uitbouw van de Koninklijke Deense Bibliotheek zijn hoogtepunten van moderne architectuur. Toch blijft De Kleine Zeemeermin dé trekpleister. Al dan niet met selfiestick proberen toeristen het standbeeld aan de waterkant zo goed mogelijk te fotograferen. Tegelijkertijd zie je ze denken: ‘Is de zeemeermin echt zo klein?’. Inderdaad: de meest gefotografeerde vrouw van Kopenhagen is niet langer dan 1,25 meter. Toen ik de zeemeermin voor het eerst zag, was ik ook diep teleurgesteld. Hoe is het in vredesnaam mogelijk dat het beeld zo’n toeristenmagneet is geworden?

Oké, De Kleine Zeemeermin heeft fraaie vormen en een goed verhaal. In 1913 maakte Edvard Eriksen het beeld in opdracht van de directeur van de Carlsberg-brouwerij, gebaseerd op een sprookje van Hans Christian Andersen: een zeenimf raakte verliefd op een prins, maar dat liep verkeerd af, waardoor ze nu bedroefd uitkijkt over het water. In de loop der tijd heeft de zeemeermin heel wat moeten doorstaan. Door vandalen is ze tot twee keer toe onthoofd, haar beide armen zijn al eens ontvreemd en in 2010 is ze overgevlogen naar de EXPO in Shanghai. Maar komen toeristen alleen daarom massaal op haar af? Er is meer aan hand. Aan de populariteit van de attractie zie je namelijk hoe toerisme werkt. Toeristen gaan nooit zomaar naar een plek; ze gaan af op beelden die ze al kennen. Dat we de Eiffeltoren, Manneken Pis en De Kleine Zeemeermin in groten getale bezoeken, komt door manipulatie vanuit de vrijetijdsindustrie en de media: dankzij de tv, reisgidsen, tijdschriften, boeken en websites staan ze alle drie veel sterker op ons netvlies dan bijvoorbeeld de bronzen beren in de Hengelose binnenstad. Bij die manipulatie zijn foto’s cruciaal. Toeristen fotograferen juist die dingen die daarvoor al het meest gefotografeerd zijn. We maken met onze camera’s plaatjes waarvan we thuis al weten dat we ze te zien krijgen. Toerisme komt neer op ‘kijken of het klopt’. De Kleine Zeemeermin is bekend omdat ze bekend is.

Voor plekken die toeristisch nog niet zo in trek zijn is dit goed nieuws. Want zo beschouwd kunnen steden en dorpen met aansprekende foto’s van hun blikvangers het beeld van toeristen beïnvloeden. Onwillekeurig vroeg ik me in Kopenhagen af wat de Twentse variant van De Kleine Zeemeermin is. Het Poaskearls-beeld in Ootmarsum? ’t Boeskool Mènneke in Oldenzaal? De zouthuisjes in Boekelo? Of toch iets fotogenieks uit Enschede, Hengelo of Almelo? Waarvoor je ook kiest, naburige gemeenten betwisten het altijd. Dat zien we ook in Helsingør, niet ver van Kopenhagen. De stad is trots op haar ‘culturele haven’, een herontwikkeld havengebied. Om in beeld te komen heeft ze Han (Deens voor ‘hij’) laten maken, een stalen standbeeld van een zeemeerman. Sinds 2012 staart Han wezenloos over het water, net zoals De Kleine Zeemeermin. Maar omdat hij nog niet zoveel gefotografeerd is als z’n beroemde zus, valt het aantal toeristen vooralsnog tegen.

Deze column is eerder gepubliceerd in de Twentsche Courant Tubantia van 10 februari 2016

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns