Liefde voor een stad

Kunnen mensen van een stad houden? Afgaande op de muziek, literatuur en media zou je denken van wel. ‘New York, New York’ van Frank Sinatra kennen we allemaal. ‘Zo ik íets ben, ben ik een Hagenaar’, verklaarde Louis Couperus zelfbewust. En voor veel Amsterdammers geldt letterlijk ‘I Amsterdam’. Veel stadsbewoners hebben ‘iets’ met ‘hun’ stad. Er is niet veel onderzoek naar gedaan, maar het lijkt erop dat de verbondenheid van mensen met steden groter is dan met regio’s of wijken. De stad is een belangrijk referentiekader: stedelingen komen er dagelijks doorheen, op weg naar school, werk of winkelcentrum. Bovendien zijn steden goed herkenbaar: je komt hun naam overal tegen, ze laten zich gemakkelijk aanwijzen op de kaart. De grenzen van een land kunnen wijzigen, maar de locatie van een stad blijft onveranderd – denk aan steden in Oost-Europa die na de Tweede Wereldoorlog onder een nieuwe staat kwamen te vallen. Sommige van die steden waren met de grond gelijk gemaakt; een normaal leven was er niet mogelijk. Desondanks wilden veel verdrevenen terug naar hun stad. Steden zijn bij uitstek plekken met betekenis.

Het is niet eenvoudig om het specifieke karakter van een stad te duiden. Toch komen we in dit kader allerlei begrippen tegen, zoals de identiteit, het DNA, de ziel en het verhaal van de stad. De Duitse sociologe Martina Löw gebruikt graag de term ‘stedelijke eigenlogica’: het geheel van zichtbare en onzichtbare structuren en alledaagse uitdrukkingsvormen die een stad en haar bevolking uniciteit verlenen. Denk aan de mentaliteit van de inwoners, kenmerkende gebouwen en de wijze waarop de stad verbeeld wordt in de kunst en literatuur. Die stedelijke eigenlogica kan volgens haar verklaren waarom Berlijners bijvoorbeeld vaker achter de metro aanrennen dan mensen die in München wonen – en dat terwijl de metro’s in München minder vaak rijden. Af en toe slaat Löw in dit gepsychologiseer door. Zo zou Berlijn symbool staan voor seks en München voor liefde. Ze schrijft: ‘Op München raak je verliefd, maar met Berlijn ga je naar bed’. Tsja…

Het is de vraag of je de identiteit van een stad überhaupt kunt bepalen. De stad is vele steden: ze heeft niet één verhaal, maar talloze verhalen. Neem de stad Tilburg, waar geograaf Stefan Dormans onderzoek naar deed. Planologen roemen de ruimtelijke ontwikkeling van Tilburg, terwijl lokale politici wijzen op de transformatie van textielstad tot postindustriële stad. Bewoners vertellen over hoe de stad eruit zag toen ze jong waren en uiten hun zorgen over de ontwikkeling van hun wijk. Uit verschillende studies blijkt dat de verbondenheid van bewoners met hun stad toeneemt als ze er langer wonen. Dat heeft vooral met het persoonlijk leven van mensen te maken. Als we ergens langer wonen, is de kans groter dat we er individuen tegenkomen die een belangrijke rol in ons leven spelen, zoals een partner of boezemvriend. De stad wordt dan het decor van ons levensverhaal. De beroemde zangeres en filmster Marlène Dietrich had al die beschouwingen niet nodig om tot dezelfde conclusie te komen: ‘Iedere speciale liefde voor een stad staat onveranderlijk in verband met gevoelens die niet rechtstreeks met die stad te maken hebben’. Met haar vele avontuurtjes in wereldsteden sprak de diva ongetwijfeld uit eigen ervaring.

Deze column is eerder gepubliceerd in nummer 01/2018 van Stadswerk Magazine

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns