Manchester in transitie

Ooit vormden Manchester en omgeving ‘s werelds grootste textielgebied. Door de opkomst van lagelonenlanden kreeg de Britse ‘Cottonopolis’ vanaf 1960 te maken met massale werkloosheid, crisis en krimp. De teloorgang van de textiel liet diepe sporen na in het stedelijk weefsel. Leegstand, verval en verpaupering kostten het stadsbestuur heel wat hoofdbrekens: herstructureren, slopen of nieuwbouw plegen? De wijk Castlefield, die tijdens de industrialisatie van Manchester een sleutelrol speelde, kreeg in 1982 de beschermde status van Urban Heritage Park. In veel arbeiderswijken kozen de bestuurders echter voor sloop. De bevolking moest vertrekken naar nieuwbouwwijken in de stad, gemeenten eromheen of naburige new towns. Door deze suburbanisatie werd Manchester een krimpstad in een regio met een redelijk stabiel inwoneraantal.

Begin jaren tachtig woonde er in de binnenstad van Manchester vrijwel niemand meer. De plannen voor sloop van het industriële erfgoed lagen al klaar. Maar toen gebeurde er iets wat niemand had verwacht: de leegstaande fabrieksgebouwen en opslagruimtes vielen in de smaak bij creatievelingen, Chinezen en homo’s. De alternatieve muziekscene – ook wel ‘Madchester’ genoemd – vestigde zich in het gebied, gevolgd door platenmaatschappijen, studio’s en andere creatieve bedrijfjes. Chinese zakenlieden uit Hong Kong en Londen zagen kansen en bouwden er een grote China Town. En de Engelse homogemeenschap werd aangetrokken door het tolerante karakter van Manchester, wat een flamboyante Gay Village opleverde. Alles bij elkaar resulteerde het in steeds meer vraag naar woningen en voorzieningen in het stadscentrum. Voormalige industriegebouwen, loodsen en pakhuizen werden omgebouwd tot appartementen, lofts en plekken met een horeca-bestemming. Aan de revival van Manchester droeg het stadsbestuur slechts zijdelings bij. De heropleving was grotendeels een autonoom proces waarop de overheid slim inspeelde. Eind jaren negentig was de gemeente een stuk actiever: samen met projectontwikkelaars gaf ze Salford Quays – een havengebied ten westen van de binnenstad – een grondige opknapbeurt. Er verrezen nieuwe woningen, twee musea, een grootschalig winkelgebied en een mediacluster. De populariteit van Manchester als woonstad en toeristische bestemming groeide gestaag. Sindsdien wordt het ene na het andere stadsdeel onder handen genomen. Zo moet het Chips Building (een gebouw in de vorm van op elkaar gestapelde frietjes) de naast het centrum gelegen wijk Ancoats een impuls geven.

Manchester bouwt nog altijd voort op zijn imposante industriële verleden. Rond 2020 wordt in de wijk St. John’s The Factory opgeleverd, een hotspot voor kunst- en cultuurliefhebbers, terwijl het bouwproject NOMA (Northern Manchester) de verwaarloosde wijk ten noorden van Victoria Station moet revitaliseren. Of al die projecten het gewenste effect hebben, is moeilijk op voorhand te zeggen. Want intussen blijft de stad kampen met werkloosheid, armoede en laaggeletterdheid – een groot aantal inwoners heeft het niet gemakkelijk. Maar één ding is zeker: Manchester is altijd in transitie en zet daarbij telkens trends. Of zoals de bevolking het zelf zegt: ‘Wat Manchester vandaag doet, doet de rest van de wereld morgen.’

Deze column is eerder gepubliceerd in Stadswerk Magazine 05/2018

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns