Oud politiek nieuws

Graag had ik op deze plek wat geschreven over de verkiezingen van gisteren. Bijvoorbeeld over de opiniepeilingen en waarom ze er weer naast zaten (mensen stemmen nu eenmaal niet altijd wat ze zeggen te stemmen). Of over het opkomstpercentage op de verkiezingsdag (het weer speelt steevast een rol). Of waarom de stemmen opnieuw het eerst zijn geteld in de gemeenten Schiermonnikoog, Vlieland of Rozendaal (er wonen daar niet zoveel mensen, dus je bent zo klaar met tellen). Maar daarover gaat dit stukje niet. De reden is simpel: ik word geacht mijn column een paar dagen van tevoren in te leveren. Als ik dit schrijf, moeten de verkiezingen nog plaatsvinden. Ik heb dan ook geen idee hoe ze verlopen zijn. Wat u hier leest, is oud politiek nieuws.

Laten we dat deze keer eens letterlijk nemen en heel ver teruggaan, ja zelfs tot de oude Grieken. Want zij waren het die aan de basis stonden van alles wat met verkiezingen en politiek te maken heeft. Neem het woord ‘politiek’. Het komt van het Oudgriekse ‘politika’, dat ‘zaken betreffende de polis’ betekent. En met die ‘polis’ werd geen verzekeringscontract bedoeld, maar een stad en het bestuur ervan. In de klassieke oudheid woonden de meeste Grieken in zo’n polis. De bekendste was Athene met de Akropolis (het hoogste punt van de stad) als krachtig symbool. In eigentijdse termen was de polis een soort stadstaat: een ministaatje met een eigen rechtspraak, munt, belastinginning, verdediging en buitenlands beleid. Hoe de polis werd bestuurd, bepaalden de burgers, in die tijd alleen de vrije, volwassen mannen. Zij deden aan democratie, afgeleid van ‘demos’ (volk) en ‘kratein’ (regeren). De polis was een burgersamenleving, een politieke gemeenschap. Voor de oude Grieken was politiek geen ver-van-hun-bed-show, maar een wezenlijk onderdeel van het maatschappelijk leven. De filosoof Aristoteles noemde de mens zelfs een ‘zoön politikon’, een politiek dier. Anders dan nu was de uitspraak ‘Het belangrijkste politieke ambt is dat van burger’ vanzelfsprekend. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er in de antieke wereld geen sprake was van achterkamertjespolitiek, vriendjespolitiek en struisvogelpolitiek – dat is iets van alle tijden.

Niet alleen het woord politiek is afgeleid van de Griekse polis. Ook de begrippen politie, metropool (letterlijk: moederstad) en kosmopoliet (wereldburger) hangen ermee samen. En wie goed kijkt, ontdekt het ook in de term ‘polikliniek’. Dat komt van het Griekse woord ‘klinè’ (bed) en verwijst oorspronkelijk naar stedelingen die op bed lagen en dus ziek waren. Heeft de verzekeringspolis ook wat met de Oudgriekse polis te maken? Nee, onze polis gaat via allerlei omwegen terug op een woord voor ‘bewijsstuk’. Het Engelse woord ‘polite’ (beleefd) heeft evenmin een relatie met de Griekse stadstaatcultuur – het komt van het Latijnse ‘politus’ (glanzend, beschaafd) dat we terugvinden in ons begrip ‘gepolijst’. Jammer eigenlijk, want juist de politiek is gebaat bij bewijzen en beleefdheid, zeker nu het na de verkiezingen aankomt op daden in plaats van woorden.

Deze column is eerder gepubliceerd in de Twentsche Courant Tubantia van 16 maart 2017

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns