Regionaal pionierswerk

De Oosterbegraafplaats in Enschede ligt er stemmig bij op deze kille januariochtend. Een eekhoorntje springt weg tussen de bomen en in de verte kwetteren vogels. Op enkele grafmonumenten brandt een elektrisch kaarsje ter nagedachtenis aan de gestorvene. Ik ben op het kerkhof om een graf te bezoeken of liever gezegd: te zoeken. Want waar begin je als niet weet waar je precies moet zijn? Ik heb geluk en vind het binnen een kwartier, onder een sierappelboom. Op de steen bij het sobere graf staat: ‘Jacobus Joännes van Deinse, geb. 6 jan. 1867, overl. 24 febr. 1947’. Morgen is het precies honderdvijftig jaar geleden dat de overledene in Enschede ter wereld kwam.

Wie was deze Ko van Deinse, zoals hij meestal werd genoemd? Tegenwoordig zouden we zeggen: een regionalist, iemand die zich heeft ingezet voor de Twentse zaak. Maar daarmee doen we het pionierswerk van Van Deinse eigenlijk te kort. Zonder hem hadden belangrijke Twentse symbolen simpelweg een andere invulling gekregen. Zo is het Van Deinse geweest die – op de melodie van een Duits studentenlied – onze regionale hymne schreef: ‘Er ligt tussen Dinkel en Regge een land, ons schone en nijvere Twente’. Ook hebben we het aan hem te danken dat er op de Twentse vlag een steigerend paard staat afgebeeld – Van Deinse koos voor het stoere Saksenros omdat hij aannam dat de Tukkers Saksische wortels hebben. Verder was hij nauw betrokken bij de oprichting van de Oudheidkamer Twente, terwijl hij in 1930 de eerste conservator van het Rijksmuseum Twenthe werd. Die positie kreeg hij op grond van zijn brede kennis van de Twentse historie en cultuur en zijn vermogen het publiek ervoor te enthousiasmeren. Van Deinse schreef veel over onze streek, gaf ontelbare lezingen en vervulde tal van bestuurlijke functies, van secretaris van de Enschedese Football Club tot voorzitter van toneelvereniging Tubantia. En dan te bedenken dat Van Deinse het allemaal naast zijn reguliere werk deed. Want hij had genoeg te doen: tot halverwege 1930 was hij directiesecretaris van de Enschedese textielfabriek Gerhard Jannink en Zonen.

Dwalend op de Oosterbegraafplaats probeer ik me een voorstelling te maken van de uitvaart van Van Deinse, zo’n zeventig jaar geleden in winterse omstandigheden. De begrafenis was ‘een openbaring van zijn enorme populariteit’, zoals mr. G.J. ter Kuile Sr. het omschreef. ‘Nooit te vergeten zijn dat prachtige smetteloze sneeuwlandschap van de begraafplaats, die geweldige weelde van kransen, dennetakken en heidebossen, de godsdienstige wijding van de predikant in vol ornaat, de warme toespraken van zijn vele vrienden’. De kist van Van Deinse was bedekt met de Twentse vlag en ter afsluiting van de plechtigheid hief een koor het regionale volkslied aan. Anno nu leeft Van Deinse niet alleen voort in zijn bijdragen aan de Twentse streekcultuur. Ook straatnamen in Enschede, Almelo, Oldenzaal, Borne en Losser zijn naar hem vernoemd. Terecht, want de begeleidende tekst op Van Deinse’s grafsteen laat aan duidelijkheid niets te wensen over: ‘Hij had Twente lief’.

Deze column is eerder gepubliceerd in de Twentsche Courant Tubantia van 5 januari 2017

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns