Serieus over straatnamen

In Haaksbergen vind je de Kattenstaartweg, Rijssen heeft een straat die Herderstasje heet en in Nijverdal wonen er mensen aan de Slettenhaarsweide. Je kunt het zo gek niet bedenken of er is in Twente wel een straat naar genoemd. Pas sinds de negentiende eeuw heeft ons land een officieel straatnamensysteem. In de Gemeentewet van 1851 staat dat het college van burgemeester en wethouders over de naamgeving van een straat moet beslissen. Ze dient daarvoor advies in te winnen bij de plaatselijke straatnamencommissie, waarin naast ambtenaren betrokken burgers en andere deskundigen zitten. En die commissies zijn soms behoorlijk inventief.

Straatnamen zijn belangrijker dan ze lijken. Ze kunnen iets vertellen over de identiteit van een stad, dorp of wijk en zijn zo een prima middel om de lokale historie levend te houden. Het was dan ook goed dat de gemeenteraad van Twenterand in 2013 ingreep toen een rondweg aan de zuidkant van Vriezenveen de naam Heidelandweg dreigde te krijgen. In plaats daarvan werd het de Rusluieweg, waarmee het een eerbetoon is geworden aan de vele Vriezenveners die in het verleden naar Sint Petersburg trokken om er handel te drijven. Toegegeven, soms heb je wat achtergrondkennis nodig om een straatnaam te begrijpen. Neem de Klokkenplas achter het Enschedese stadhuis: je zou denken dat er vroeger een vijvertje lag, maar de magie verdwijnt meteen als je weet dat ‘plas’ in dit geval ‘plein’ betekent. En anders dan in Almelo, waar de Gravenallee verwijst naar de bewoners van Kasteel Huis Almelo, is de Stadsgravenstraat in Enschede niet van adellijke komaf. Hier verwijst het woord ‘graven’ naar de gracht die vroeger rond het stadscentrum liep.

Niet alleen voor beleidsmakers, maar ook voor postbodes, politieagenten, brandweerlieden en ambulancemedewerkers zijn straatnamen relevant – en dus ook voor de mensen die in de straat wonen. Een Parijsstraat en Patrijsstraat binnen dezelfde gemeente, zoals in Hengelo, is vragen om verwarring. Ook een naam met een lastige spelling levert problemen op. Wat te denken van de 3e Flierveldsdwarsweg in Hengelo of de 1e Meijerinkshoekweg in Wierden? Lange straatnamen zijn niet handig, wat de Wethouder Kortenbout van der Sluijslaan in Almelo meteen laat zien. Tegelijkertijd geldt dat sommige straatnamen wel erg kort zijn, zoals Knik (Denekamp), Harp (Tubbergen), Look (Oldenzaal) en ’t Kip (Delden). Maar goed, ze zijn origineler dan de Dorps-, Markt- of Spoorstraat die we overal in onze regio tegenkomen.

Door schade en schande wijs geworden heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten voor straatnaamgevers het handboek Benoemen, nummeren en begrenzen gemaakt. Eén van de adviezen uit het boek: neem de tijd om een geschikte straatnaam te verzinnen, al was het maar omdat een naamswijziging kostbaar is en veel gedoe oplevert. Laat het gemeentebestuur daarom serieus kijken naar straatnamen en niet te snel denken ‘als het beestje maar een naam heeft’. Want van een straatnaam die goed in het gehoor ligt en die aansluit bij de lokale identiteit hebben we allemaal een hoop plezier.

Deze column is eerder gepubliceerd in de Twentsche Courant Tubantia van 22 augustus 2015

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns