Snert bij het ontbijt

Sinds vorig jaar heeft buslijn 70 van Steenwijk naar Giethoorn ook een dienstregeling in het Chinees. Chinese vakantiegangers hebben Giethoorn massaal ontdekt. Ze zijn verrukt over het waterdorp in de Kop van Overijssel. De karakteristieke huizen, punters, waterwegen en bruggetjes beantwoorden helemaal aan hun Nederlandbeeld. Vanuit Amsterdam vinden de Chinezen Giethoorn bovendien een kippeneindje – ze beschouwen ons land als één grote stad. Steeds meer toeristen blijven een nachtje slapen in ‘het Hollandse Venetië’. In hotel De Dames van de Jonge is intussen de meerderheid van de gasten Chinees.

Veel dorpen, ook in Twente, kijken jaloers naar Giethoorn. Niet dat ze per se azen op Chinese toeristen, maar meer vakantiegangers zijn altijd welkom: ze geven geld uit in de horeca en detailhandel, bezoeken het lokale erfgoed en kunnen voor kleine kernen zelfs cruciaal zijn om voorzieningen (denk aan een pinautomaat of winkel) in stand te houden. Maar hoe zet je een dorp op de kaart? Er zijn nog steeds dorpsmarketeers die denken dat je genoeg hebt aan een leuke slogan, flitsende website en een setje toeristische brochures. Maar uiteindelijk gaat het daar helemaal niet om. Wil een dorp bezoekers trekken, dan is het vooral van belang in hun huid te kruipen. Wie dat doet, beseft dat een dorp vaak maar één van de vele bestemmingen is die iemand tijdens zijn vakantie aandoet. Het dorpsbezoek maakt deel uit van een langer verblijf waarin men met de auto, per fiets of te voet tochten maakt binnen de regio. Voorbeeld: randstedelingen overnachten bij hotel Tante Sien in Vasse, maar overdag fietsen ze naar Ootmarsum om op de terugweg naar Vasse te stoppen in Weerselo, Het Stift en Reutum. Aan gemeentegrenzen of lokale sentimenten hebben ze geen enkele boodschap. Voor de vakantiegangers is het één pot nat: ze genieten van een dagje Twente. Dorpisme – het denken in dorpsdimensies – werkt dan ook contraproductief. Dorpen moeten elkaar niet beconcurreren, maar juist naar elkaar doorverwijzen. Zo helpen ze elkaar aan klandizie. Paradoxaal genoeg is de beste dorpsmarketing regiomarketing: door samen te werken op streekniveau vergroot je de kans dat toeristen ook jouw dorp bezoeken.

Helaas redeneren veel dorpsmarketeers nog als volgt: ‘Onze plaats heeft zoveel te bieden, alleen bijna niemand weet het. Daarom moeten we de buitenwereld vertellen hoe mooi het hier is. Dan komen we op de kaart te staan en stromen de toeristen toe’. Dat is marketing die het eigen dorp als het middelpunt van de wereld beschouwt. Zo werkt het niet. Bij marketing gaat het erom niet jezelf centraal te stellen, maar de bezoeker. In Giethoorn weten ze dat maar al te goed. Zo heeft hotel De Dames van de Jonge geen kamers meer met het nummer 4, 14 en 24. De reden: in China is vier een ongeluksgetal. Op de kamers staan noedelkokers, terwijl er bij het ontbijt snert wordt geserveerd. Dat is geen typisch Giethoorns gebruik, maar een tegemoetkoming aan de Chinese gasten: ze vinden het heerlijk om de dag met soep te beginnen.

Deze column is eerder gepubliceerd in de Twentsche Courant Tubantia van 9 juni 2016

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns