Stedelijk platteland

Rust en ruimte, loeiende koeien en tentfeesten. Er zijn maar weinig beelden zo hardnekkig als die over het platteland. De stad zou staan voor moderniteit, dynamiek en vertier, het platteland voor natuur, landbouw en tradities. Maar in hoeverre kloppen die typeringen nog? Natuurlijk, als grootgrondgebruiker is de landbouw duidelijk zichtbaar in het buitengebied. Maar de agrarische sector is al lang geen grote werkgever meer. De meeste plattelanders werken bij een bedrijf, op kantoor of in de zorg, in de eigen gemeente of de stad verderop. Het landelijk gebied zelf is een broedplaats van bedrijvigheid. Hoogleraar geografie Dirk Strijker becijferde dat vier van de tien ondernemingen in ons land er is gevestigd. En daartussen vinden we veel ‘verborgen kampioenen’. Neem Almi (producent van steenknippers), Falco (fabrikant van straatmeubilair) en Brinks Metaalbewerking (toeleverancier voor de auto-industrie) – ze zitten allemaal in Vriezenveen.

Als het platteland ter sprake komt, valt al snel de term ‘krimp’. Jongeren zouden massaal naar de grote stad verkassen. Toch verdient dit clichébeeld nuancering. Naast avontuurlijke vertrekkers zijn er gewortelde blijvers. Tegelijkertijd zijn er zat stedelingen die naar het platteland verhuizen. In Overijssel is het landelijk gebied als woonomgeving tussen 2002 en 2016 zelfs populairder geworden, zo berekende Trendbureau Overijssel. Maar hoe komt het dan dat in dorpen steeds meer winkels, bibliotheken en pinautomaten sluiten? Het verdwijnen van deze voorzieningen heeft niet zoveel te maken met krimp. Het is eerder een signaal voor het feit dat stad en land naar elkaar toegroeien: door digitalisering ben je ook in Vasse gewoon verbonden met de ‘global village’. Toegegeven, in een dorp zie je weinig mensen veel en in een stad veel mensen weinig. ‘Weinig mensen veel zien’ zorgt er vanouds voor dat plattelanders meer betrokken zijn bij hun leefomgeving dan stedelingen. Maar we moeten het niet overdrijven. Het platteland is ‘mentaal verstedelijkt’: inwoners van stad en land zijn onder invloed van automobiliteit en de media steeds meer op elkaar gaan lijken. Het gevolg is dat het in dorpen steeds moeilijker wordt vrijwilligers te vinden – iedereen heeft het ‘druk, druk, druk’. Veel plattelanders komen vaak in de stad en laten zich inspireren door de stedelijke manier van leven. In Saasveld houdt men niet alleen van schnitzels, maar ook van sushi.

Door vast te houden aan nostalgische plattelandsbeelden lopen regio’s kansen mis. Dat geldt zeker voor Twente waar ongeveer evenveel mensen in de drie grote steden wonen als in het landelijk gebied. Laat Hengelose ambtenaren eens een paar dagen meelopen bij de gemeente Haaksbergen en vice versa. Maak UT-studenten duidelijk dat je niet alleen kunt stage lopen in Enschede, maar ook in Goor, Rijssen en Nijverdal. En laten we onderzoeken hoe het buitengebied rond Almelo beter benut kan worden om de stad als ‘landstad’ te profileren. Wie bereid is verder te kijken dan de clichés, ontdekt dat er veel meer is dat stad en land aan elkaar bindt dan van elkaar scheidt.

Deze column is eerder gepubliceerd in de Twentsche Courant Tubantia van 28 december 2017

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns