Steden voor mensen

In meer dan honderdvijftig steden over de hele wereld gaan bewoners deze maand de straat op om hun wijk eens op een andere manier te bekijken. Hoe ligt de openbare ruimte erbij? Kunnen de kinderen veilig buitenspelen? Wat kunnen we zelf aanpakken in onze dagelijkse leefomgeving? De wijkbewoners nemen deel aan Jane’s Walks, wandelingen ter nagedachtenis van de Amerikaanse schrijfster Jane Jacobs die een eeuw geleden werd geboren en tien jaar geleden overleed. Wie zich in steden verdiept, komt de naam van Jacobs vroeg of laat tegen. Dat komt vooral dankzij haar bestseller ‘The Death and Life of Great American Cities’ (1961) waarin ze vloer aanveegt met de stadsplanning uit die tijd. In het boek, dat in 2009 in Nederlandse vertaling verscheen, keert Jacobs zich tegen het Amerikaanse ‘bulldozerbeleid’: een aanpak waarbij levendige stadswijken moesten plaatsmaken voor megaprojecten, zoals zakencentra, snelwegen en wolkenkrabbers. Jacobs riep planners op de wijk in te gaan en de stad terug te geven aan de mensen.

Bijna haar hele leven heeft Jane Jacobs zich ingezet voor stedelijke ontwikkeling, niet alleen als auteur, maar ook als activist. Daarbij baseerde ze zich op haar eigen observaties in New York en Toronto, de metropolen waar ze een groot deel van haar leven doorbracht. Wie stadsbuurten wil begrijpen, moet volgens Jacobs letterlijk de straat op. Straten zijn namelijk de levensaders van de wijk. Daar vindt het dagelijks leven plaats, daar ontmoeten mensen elkaar en daar ontstaat het gevoel deel uit te maken van een gemeenschap. Cruciaal voor een levendig ‘straatballet’, zoals Jacobs het stadsleven typeert, is diversiteit: diversiteit in de functies van de wijk, de gebouwen die er staan en de mensen die er wonen. Als er slechts een beperkt deel van de dag mensen op straat zijn – zoals we in veel zaken- en forensenwijken zien – is er nauwelijks ruimte voor horeca, detailhandel en gezelligheid. In straten met functiemenging is er echter de hele dag door wat te doen. En waar veel mensen zijn, zijn er ook veel ‘ogen op straat’, waardoor de veiligheid toeneemt.

Vijfenvijftig jaar na publicatie van ‘The Death and Life of Great American Cities’ komt de visie van Jacobs wat romantisch over. Als je het boek leest, krijg je haast het gevoel dat er buiten drukke stadscentra niet te leven valt. Maar in een rustige nieuwbouwwijk in Borne kun je toch ook domweg gelukkig zijn? Bovendien kennen de binnensteden van tegenwoordig de nodige problemen. Zo gaan levendige straten tevens gepaard met overlast, terwijl veiligheid allang niet meer gegarandeerd is. Maar wie de roze bril van Jacobs voor lief neemt, vindt in haar boek een rijkdom aan inspiratie. Haar uitspraken stemmen nog steeds tot nadenken, zoals ‘We verwachten te veel van nieuwe gebouwen en te weinig van onszelf’. De boodschap van Jane Jacobs is dat stedelijke ontwikkeling gebaat is bij gezond verstand, de menselijke maat en oog voor het hier en nu. En het mooie is dat iedereen haar advies meteen kan opvolgen: ga de straat op en kijk met een frisse blik!

Deze column is eerder gepubliceerd in de Twentsche Courant Tubantia van 19 mei 2016

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns