Trots op Twentismen

‘Daar moet je niets op uit doen’, zei ik laatst tegen een bevriende collega uit Rotterdam die te maken had met vervelende politieke spelletjes op zijn werk. Hij fronste zijn wenkbrauwen en vroeg me wat ik daar precies mee bedoelde. ‘Nou, gewoon, dat je je er niets van aan moet trekken’. Ik besefte opeens dat wat voor de meeste Tukkers regulier taalgebruik is blijkbaar elders in ons land niet altijd begrepen wordt – en dat terwijl we toch allemaal Nederlands spreken. Deskundigen hebben het hier over ‘Twentismen’: Twentse uitdrukkingen die sprekers klakkeloos naar het ABN omzetten. Ik ben er eens op gaan letten en ontdekte dat je ze in onze contreien regelmatig tegenkomt.

De bekendste Twentismen zijn misschien wel ‘Waar kom je weg?’, ‘Mag het raam los?’ en ‘Hij deed het extra’. Op school leren kinderen in Twente al vroeg dat ze met ‘weg’, ‘los’ en ‘extra’ meteen hun herkomst verraden. Maar er zijn meer bijzonderheden in het Twentse Nederlands, die je overigens net zo goed in de Achterhoek of Salland kunt horen. Op beslissende momenten van het leven worden ze gebezigd. We gaan ‘kraamschudden’ als er een baby is geboren en wonen een begrafenis bij als iemand ‘uit de tijd is gekomen’. En als het daar erg druk is, zeggen we dat ‘ze er met de benen uithangen’, ook al vraag ik me af of dat een typisch oostelijke zegswijze is. Sommige Twentismen zijn beschouwend en berustend als de Tukkers zelf, zoals ‘Hij is goed te pas’, ‘Het loopt wel los’ en ‘Laat mij maar geworden’. Andere vernederlandste Twentse begrippen wijzen op een plaats, richting of beweging. Voorbeelden zijn ‘Zij woont kort bij de kerk’, ‘Ik ga naar huis heen’ en ‘Je moet aanmaken, want anders kom je te laat’. Karakteristiek zijn ook de tussenvoegsels die aan het Duits doen denken: ‘Ik heb mij gisteren een fiets gekocht’ en ‘Dat is ja mooi’. En als die fiets een lekke band heeft en je ‘m wilt laten maken, begrijpt elke Twentse fietsenmaker uitspraken als ‘Ik heb de band lek’ of ‘Kunt u wat wind in de band doen?’. Er zijn kortom ‘een bult’ Twentismen.

Streektaalkenners zijn meestal niet erg te spreken over het importeren van regionale uitdrukkingen in de standaardtaal. Ze vinden Twentismen maar vreemde taalbrouwsels en pleiten ervoor het Nederlands en het Twents duidelijk van elkaar te scheiden, al was het maar om beide talen zuiver te houden. Volgens de experts moet je óf ABN óf Twents spreken en mengvormen (‘halftaal’) zoveel mogelijk vermijden. Daar is wat voor te zeggen, maar de vraag is hoe realistisch dat is in de praktijk van alledag. Eerlijk gezegd vind ik Twentismen wel charmant: ze geven regionale kleur aan het taalgebruik en verrijken het Nederlandse vocabulaire. Toen mijn Rotterdamse collega me onlangs glazig aankeek, was ik zelfs een beetje trots. Als ik hem binnenkort spreek, zal ik hem uitnodigen voor een bezoek aan Twente met de woorden ‘Kom d’r eens achterheen kijken’. Ongetwijfeld begrijpt hij dan weer niet wat ik bedoel – maar daar doe ik natuurlijk niets op uit.

Deze column is eerder gepubliceerd in de Twentsche Courant Tubantia van 27 januari 2016

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns