Van Sydney tot Boekelo

Waar denkt u aan bij Sydney? Juist: het Opera House aan het water. Het gebouw met daken in de vorm van opengeklapte schelpen staat symbool voor de Australische metropool. Sommigen noemen de icoon ‘het achtste wereldwonder’, terwijl de UNESCO het in 2007 op de Werelderfgoedlijst plaatste als ‘één van de onmiskenbare meesterwerken van menselijke creativiteit, niet alleen in de twintigste eeuw, maar ook in de historie van de mensheid’. Het creatieve brein achter het gebouw was geen Australiër, maar een Deen: de architect Jørn Utzon (1918-2008). Hij groeide op in de havenstad Aalborg, waar sinds 2008 het Utzon Center staat. En daar, in dat bijzondere gebouw, schrijf ik deze column, nadat ik net een tentoonstelling over Utzons leven en werk heb bezocht.

Als jongetje zwierf Jørn – zoon van een scheepsbouwingenieur – graag door de haven van Aalborg. Daar ontwikkelde hij zijn liefde voor het water, de wind en het vakmanschap van de arbeiders. Na zijn architectuurstudie in Kopenhagen maakte Utzon reizen naar Marokko, Mexico en Azië, waar hij gefascineerd raakte door de lokale bouwstijlen. Terug in Denemarken deed hij in 1956 mee aan een prijsvraag die het stadsbestuur van Sydney uitschreef voor een nieuw te bouwen opera. Zijn inzending was niet meer dan een schets, maar won toch, ondanks aanvankelijke twijfels van de jury over de technische haalbaarheid. Het bouwen van het Opera House bleek inderdaad gemakkelijker gezegd dan gedaan: pas in 1973 werd het geopend. Intussen was Utzon al gefrustreerd afgehaakt – in 1966 verliet hij Australië om er nooit meer terug te keren. De tweede helft van zijn leven bracht Utzon grotendeels door op Mallorca. Ondanks de prachtige gebouwen die hij in Denemarken, Koeweit en Iran maakte, bleef men hem maar associëren met het spectaculaire Sydney Opera House. Gelukkig zet het Utzon Center ook zijn andere meesterwerken in het zonnetje.

Van de expositie die ik zojuist zag heb ik drie dingen opgestoken. Om te beginnen: elke creatieve uiting, of het nu gaat om een theorie, kunstwerk of gebouw, bevat autobiografische elementen. In de creaties van Utzon zie je z’n jeugd in Aalborg, liefde voor de natuur en interesse in andere culturen duidelijk terug. Verder realiseer ik me weer eens dat voor architectonische hoogstandjes transpiratie veel belangrijker is dan inspiratie. Neem het Sydney Opera House, waar tussen de schets van Utzon, het ontwerp en de opening van het gebouw een periode van zeventien jaar verstreek. En ten slotte laat de tentoonstelling over Utzon overtuigend zien dat organische architectuur een internationale taal spreekt: door de natuur geïnspireerde gebouwen kunnen overal ter wereld op waardering rekenen. Ook in onze contreien trouwens, waar de Twentse architect Nico Zantinge (1928-1983) in Boekelo het woonwijkje Tesinkbos bouwde. Het lijkt als twee druppels water op een wijk die Utzon in de stad Helsingør realiseerde. Het verhaal wil dat Zantinge tijdens zijn vakantie in Denemarken Utzon tegen het lijf liep. Het resultaat mag er zijn: wereldwonderarchitectuur in Boekelo.

Deze column is eerder gepubliceerd in de Twentsche Courant Tubantia van 2 juni 2016

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns