Verlangen naar elders

Het kan niet anders of deze herfstvakantie zijn er weer Twentenaren die last hebben van heimwee. Ook al schijnt de Spaanse zon erop los, is het toeristenresort nog zo luxe en zijn de wienerschnitzels lekkerder dan ooit, de heimweelijders willen maar één ding: zo snel mogelijk naar huis. Het verlangen naar de vertrouwde omgeving kan zo hevig zijn dat het zelfs gepaard gaat met lichamelijke klachten, zoals maagpijn, slecht slapen en een licht gevoel in het hoofd. Sommigen zijn echt de kluts kwijt, zo blijkt uit onderzoek. Er zijn bijvoorbeeld verhalen bekend van mensen die vanaf hun vakantieadres naar hun lege huis belden – gewoon om zeker te weten dat het niet was afgebrand. Eenmaal thuis is er niets meer aan de hand en vragen ze zich af waar al die stress goed voor was.

Dacht men vroeger dat heimwee te maken had met klimatologische verschillen tussen plekken, nu is het voer voor psychologen. In de bundel ‘Heimwee: een anatomie van het verlangen naar elders’ (2004, Uitgeverij Balans) wordt mooi beschreven hoe heimwee object is geworden van serieus wetenschappelijk onderzoek. Zo blijken rigide en teruggetrokken personen gevoeliger te zijn voor heimwee dan flexibele en extraverte mensen. Ook neemt het gemis van de thuissituatie toe naarmate je verder en langer van huis bent. En het maakt natuurlijk uit of je vrijwillig of gedwongen weg bent gegaan. Vluchtelingen hebben vaak veel last van heimwee, ondanks de gruwelen in hun land van herkomst – toch iets om rekening mee te houden voor hulpverleners in azc’s. Heimwee blijkt zich opeens te kunnen openbaren, helemaal uit het niets. Een foto van je geboortedorp, een vertrouwde geur of een ontmoeting met iemand die dezelfde tongval heeft kan al zo’n trigger zijn. Ook bestaan er op z’n minst twee soorten heimwee: katten- en hondenheimwee. Katten willen terug naar een plek, terwijl honden juist hun baasje missen. Bij mensen is het meestal een combinatie van beide: ze verlangen naar hun woonomgeving, familie en vrienden.

Ik heb niet structureel last van heimwee, maar word er – net zoals veel anderen – wel eens door overvallen. Op een winderig station in de Randstad of in een buitenlandse stad waar ik niemand kan verstaan vraag ik me regelmatig af wat ik er eigenlijk te zoeken heb. Ik wil dan niets liever dan gewoon thuis zijn: een kop koffie zetten, mijn favoriete ommetje maken of even langs de Lonneker Molen fietsen. Maar in zo’n geval probeer ik altijd aan de wijze woorden van Willem Wilmink te denken. In een gedichtje over steden in het buitenland schreef hij: ‘Toch vind je er wel een plekje dat/veel wegheeft van je eigen stad/en hoort er in een andere taal/opeens een oud, vertrouwd verhaal’. Elke reclame voor Grolsch, elke passant die me doet denken aan een bekende uit mijn buurt, ja zelfs de woorden ‘twenty’ of ‘east’ zorgen er dan voor dat ik me in den vreemde voor even thuis voel. Maar mijn verlangen naar elders is altijd van korte duur, omdat ik nooit lang wegga. Want uiteindelijk is er maar één remedie tegen heimwee: thuis blijven.

Deze column is eerder gepubliceerd in de Twentsche Courant Tubantia van 20 oktober 2016

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns