Vroeger uit de veren

‘Je kunt aan jou echt merken dat je uit het oosten van het land komt’, zei een Amsterdamse collega laatst tegen me. Waarom precies kon hij niet goed onder woorden brengen. Op mijn beurt vond ik hem typisch iemand uit het westen, waarbij ik net zo veel moeite had om aan te geven waarin ‘m dat nu zat. In het dagelijks leven bedienen we ons regelmatig van dit soort stereotyperingen. Zo hebben we het over ‘het hoge noorden’, ‘een zuidelijke sfeer’ en ‘echte westerlingen’. De Duitse filosoof Cassirer (1874-1945) stelde dat er in de loop van de geschiedenis een ‘mythische geografie’ is ontstaan, waarbij elk van de vier windstreken met een ander element wordt geassocieerd: ‘Het noorden symboliseert de lucht, het zuiden het vuur, het oosten de aarde en het westen het water’. Oosterlingen zouden aards zijn, verbonden met de grond waar ze wonen.

Toch lijken de clichés over het oosten wat minder uitgesproken dan die over andere windstreken. Vooral Noord en Zuid geven aanleiding tot stereotypen, niet alleen binnen een en hetzelfde land, maar ook op de schaal van Europa. Van Engeland tot Italië kom je vergelijkbare vooroordelen tegen: noordelingen zouden hardwerkend, saai en afstandelijk zijn, zuiderlingen bourgondisch, levendig en hartelijk. Deze typering is gebaseerd op de mythe dat een koud klimaat harde en zwijgzame werkers voortbrengt en een warm klimaat ontspannen mensen die van het leven genieten. Onzin natuurlijk, maar het zit in ons systeem. Als we een Groninger ontmoeten die weinig spraakzaam is, zeggen we ‘zie je wel’. Maar komen we een stugge Brabander tegen, ‘dan zal het wel geen echte zuiderling zijn’. Psychologen noemen dit verschijnsel ‘cognitieve dissonantie’: we gaan op zoek naar argumenten die suggereren dat we het bij het rechte eind hebben. Omdat we de verschillen koesteren en elkaar collectief voor de gek houden, blijft de Noord/Zuid-tegenstelling bestaan.

Als er iets is wat Oost en West van elkaar scheidt, dan is het de grens tussen dag en nacht. Het oosten is het land van de zonsopkomst, de hanen kraaien er eerder dan in het westen. Ik heb het nog even gecheckt: in Enschede verscheen de zon gisteren om 8:40 uur aan de horizon en in Amsterdam pas acht minuten later. Of dat betekent dat oosterlingen ook vroeger uit de veren zijn, weet ik niet. In Oost-Duitsland is er in elk geval een regio die zich er tot voor kort mee profileerde: de slogan van Sachsen-Anhalt luidde lange tijd ‘Wir stehen früher auf’. Uit een nationale studie bleek namelijk dat de inwoners uit de deelstaat negen minuten eerder naast hun bed stonden dan de gemiddelde Duitser. De suggestie van de reclameslogan: de Sachsen-Anhalters zijn matineus en werken daarom harder. Veel pendelaars hadden echter kritiek op deze boodschap: alsof ze vrijwillig zo vroeg opstonden, ze zouden liever langer in hun bed blijven liggen en een baan in de buurt hebben! Hoe het ook zij, de mythische geografie over windstreken moet je altijd in perspectief zien. Want als we vanuit Twente de grens overwippen, bevinden we ons opeens in Duitslands uitgeslapen westen.

Deze column is eerder gepubliceerd in de Twentse Courant Tubantia van 22 december 2016

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns