Wereldburgemeesters

Komend weekend vindt er in Den Haag een bijzondere top plaats: de oprichtingsbijeenkomst van het wereldwijde parlement van burgemeesters, het GPM (Global Parliament of Mayors). Van Rio tot Rotterdam reizen lokale leiders naar de hofstad om met elkaar te praten over wereldproblemen. Nu denkt u waarschijnlijk: daar wordt toch al genoeg over gepraat? Wanneer gebeurt er eens wat? Maar dat is nu net de aanleiding voor de conferentie. De deelnemers hebben moeite met het huidige bestuurlijke systeem en vinden dat gemeenten meer zeggenschap moeten krijgen. Met oneliners als ‘Kansen voor iedereen’, ’Samen sterker’ of ‘Wir schaffen das’ hebben nationale politici volgens hen makkelijk praten. Ze blijven abstract en realiseren zich onvoldoende wat hun beslissingen op lokaal niveau betekenen. Want in de steden en dorpen, dáár gebeurt het, of het nu gaat om de opvang van vluchtelingen, de zorg voor ouderen of het terugdringen van CO2.

Initiatiefnemer van de burgemeesterstop is de Amerikaanse politicoloog Benjamin Barber. In 2013 schreef hij een bestseller die in vertaling is verschenen als ‘Als burgemeesters zouden regeren: haperende staten, opkomende steden’. Barbers boodschap: het is tijd voor een Verenigde Steden in plaats van Verenigde Naties, want op lokaal niveau worden de échte problemen opgelost. Anders dan regeringsleiders hebben stadsbestuurders helemaal geen tijd om ideologische debatten te voeren – ze zijn voor hun gemeente aan de slag in het hier en nu. Burgemeesters zijn pragmatische probleemoplossers. Of zoals La Guardia, oud-burgervader van New York, het eens zei: ‘Er is geen democratische of republikeinse manier om het huisvuil op te halen’. Gemeenten kunnen bovendien het nodige van elkaar leren. Illustratief was de klimaatconferentie in Kopenhagen in 2009: de wereldleiders slaagden er niet in om het eens te worden, maar de tweehonderd burgemeesters die ook op de top aanwezig waren wisselden ervaringen en tips uit die ze thuis direct konden toepassen. Zo hebben diverse Europese steden zich destijds laten inspireren door het klimaatbeleid van de gemeente Amsterdam om de fiets als vervoermiddel te stimuleren.

Het doel van het burgemeestersparlement is niet alleen leren van elkaar. Het is ook de bedoeling dat stadsbestuurders een grotere stem krijgen in de internationale politiek. Barber droomt zelfs van een ontwikkeling waarin burgemeesters het roer van regeringsleiders overnemen. Maar of dat ooit gebeurt? Daarvoor zijn nog te veel vragen onbeantwoord. Blijft het parlement voorbehouden aan metropolen of zijn ook provinciesteden welkom? En wie vertegenwoordigt het platteland? Hoe organiseer je zo’n bestuursvorm en hoe voorkom je machtspelletjes? Kun je alle mondiale problemen op lokaal niveau aanpakken? En ook niet onbelangrijk: voor een bestuurlijke systeemwijziging ben je uiteindelijk afhankelijk van de medewerking van natiestaten – en we weten allemaal dat de kalkoen niet graag meepraat over het kerstdiner. Desondanks is de oprichting van het wereldwijde burgemeestersparlement hoopgevend, zeker in een tijd waarin veel burgers zich nauwelijks nog vertegenwoordigd voelen door de landelijke en Europese politiek.

Deze column is eerder gepubliceerd in de Twentsche Courant Tubantia van 8 september 2016

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns