Wat is een stad?
De 21e eeuw staat intussen al bekend als ‘de eeuw van de stad’. Toch wordt slechts zelden de vraag gesteld wat we onder een stad moeten verstaan. Volgens de Duitse sociaal-wetenschapper Uwe Prell is dat wel te verklaren: steden zijn complex en contextafhankelijk en daardoor moeilijk in een algemene definitie te vatten. In zijn boek ‘Die Stadt’ (2020) doet hij desondanks een poging. Om te beginnen maakt Prell een inventarisatie van de wetenschappelijke disciplines die zich bezighouden met deelaspecten van de stad. Hij komt er tot negen in totaal, van sociologie en geografie tot rechten en filosofie. Vervolgens bespreekt hij onder verwijzing naar een reeks denkers ‘de grote verhalen’ over de stad. Naast klassieke perspectieven zoals die van Aristoteles (‘de goede stad’) en Saskia Sassen (‘de mondiale stad’) passeren minder bekende visies de revue, zoals ‘de gewone stad’ (Ash Amin en Stephen Graham) en ‘de multifunctionele stad’ (Werner Sombart).
Aan laatstgenoemde wetenschapper Sombart (1863-1941) ontleent Prell het idee om de stad ook eens taalkundig te beschouwen. In een woord ligt immers altijd de betekenis van een verschijnsel verscholen, terwijl het gebruik ervan inzicht geeft in de context van de spreker. Prell kijkt daarom hoe het woord ‘stad’ wordt gedefinieerd in drie oude talen (Egyptisch, Grieks, Latijn) en acht wereldtalen (naast het Engels en Spaans bijvoorbeeld ook het Chinees en Hindi). Dit is het meest vernieuwende deel van het boek. Wist u bijvoorbeeld dat het Egyptische hiëroglief voor ‘stad’ een cirkel is met een kruis erdoorheen (als symbool voor een concentratie van wegen, middelen en macht) en dat in het Chinees de term ‘stad’ vooral economische connotaties heeft?
Op basis van al deze invalshoeken komt Prell tot zijn eigen definitie: volgens hem is een stad ‘een creatieve, verdichte diversiteit binnen een gestructureerde eenheid’. Tsja, dat klinkt wat abstract… Gelukkig maakt de auteur vervolgens de overstap naar de praktijk door concepten te evalueren die bij beleidsmakers populair zijn, zoals ‘hoofdstad’, ‘wereldstad’ en ‘de slimme stad’. Zijn conclusie is dat dergelijke begrippen mogelijke antwoorden bieden op deelvragen, maar de blik tevens onnodig vernauwen. Dat brengt Prell terug bij het begin: de stad is te complex om vanuit één perspectief te benaderen. Daarom pleit hij hartstochtelijk voor interdisciplinair stadsonderzoek.
In niet meer dan 148 pagina’s krijgt de lezer een overzicht van het denken over de stad, waarbij Prells eigen, op taal gebaseerde analyse een originele toevoeging vormt. Het leuke van het boek is dat de tekst wordt verlevendigd met figuren, kaders en literatuurtips. Interessant zijn bijvoorbeeld Prells persoonlijke top tien-lijstjes van favoriete steden en stadsboeken. De auteur is duidelijk iemand die zijn hart heeft verpand aan de stad en die fascinatie met een breed publiek wil delen.
Uwe Prell (2020), Die Stadt: eine Einführung für die Sozialwissenschaften, Verlag Barbara Budrich, Opladen/Toronto
Deze boekbespreking is eerder gepubliceerd in Stadswerk Magazine (03/2023)