Duurzaam Benidorm

Benidorm is de toeristische hoofdstad van de Costa Blanca. Vakantie, vermaak en vertier staan hier centraal. In de zomer bedraagt het aantal toeristen soms wel het vijfvoudige van het inwoneraantal: de stad telt dan ruim 400.000 zielen. Dag en nacht krioelt het dan op het strand, in de horeca en in de straten van de stad. Ook buiten het hoogseizoen bruist Benidorm, met alle prikkels op je zintuigen van dien. Schreeuwende reclames, harde muziek, joelende vriendengroepen… ze horen bij de stad, net zoals een aaneenschakeling van bars, discotheken, clubs, winkels en hotels.

Benidorm staat wel bekend als het ‘Manhattan van de Middellandse Zee’. Per hoofd van de bevolking vind je er het grootste aantal hoge gebouwen ter wereld. In die wolkenkrabbers zitten geen kantoren, maar hotelkamers. Benidorm heeft na Parijs en Londen het hoogste aantal hotelbedden wereldwijd. Dat het voormalige vissersdorp zich zo ontwikkeld heeft, ligt aan Pedro Zaragoza die er rond 1950 burgemeester was. Hij wilde van Benidorm coûte que coûte een toeristenmagneet maken. Zo had hij lak aan het destijds in Spanje geldende bikiniverbod en liet hij in 1956 een masterplan vaststellen dat gericht was op de uitbouw van het toerisme: brede lanen en straten, allemaal verbonden met het strand. Zaragoza’s visie is nu realiteit: Benidorm is een hotspot van massatoerisme.

Geloof het of niet, maar deskundigen zien Benidorm steeds vaker als duurzame vakantiebestemming. Uit onderzoek blijkt dat de ecologische voetafdruk van een gemiddelde Benidorm-toerist kleiner is dan die van een vakantieganger in een eco-resort. Met de concentratie van toeristen op één plek ontstaan er namelijk schaal- en synergievoordelen die je mist bij de spreiding van mensen over een groot gebied. Hoogbouw en compactheid zorgen voor meer efficiëntie, kortere afstanden en mogelijkheden om de schadelijke effecten van toerisme op de omgeving te beperken. Het gevolg: minder waterverbruik, minder verkeersoverlast en een lagere CO2-uitstoot. Om Benidorm te presenteren als ‘een rolmodel van duurzame stedelijke ontwikkeling’, zoals Almudena Nolasco-Cirugeda en haar collega’s in het tijdschrift Sustainable Development (2020) betogen, gaat wellicht wat ver. Maar hun analyse geeft te denken. Zouden we vakantiegangers niet vaker moeten concentreren in ‘toeristeneilanden’ om daarmee de meer authentieke gebieden te ontlasten?

Wie toch liever de eco-toerist uithangt, kan overigens ook in Benidorm terecht. De stad heeft flink wat accommodaties die claimen ecologisch verantwoord te zijn. De vraag is of er daarbij geen sprake is van ‘greenwashing’. Want de veelal luxe toeristische onderkomens leggen duurzaamheid vooral uit als de architectonische inpassing van het gebouw in het landschap, het gebruik van natuurlijke bouwmaterialen en de mogelijkheid om in het restaurant ‘slow food’ te eten. Ook is menig eco-resort ruim opgezet, te midden van kwetsbare natuur. Het huisvesten van een buslading toeristen op de twaalfde verdieping in een wolkenkrabber is dan toch een stuk klimaatvriendelijker.

Bron: A. Nolasco-Cirugeda, P. Martí & G. Ponce (2020), Keeping mass tourism destinations sustainable via urban design: the case of Benidorm, Sustainable Development, 28 (5), pp. 1289-1303

Deze column is eerder gepubliceerd in Stadswerk Magazine (04/2024)

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns