Promenadologie
Vanouds heeft technologische ontwikkeling veel invloed op de stad. Door de industriële revolutie ontstonden fabriekssteden, de auto zorgde voor suburbia en de lift maakte wolkenkrabbers mogelijk. En de laatste twee decennia verandert de smartphone het stadsleven: fysieke winkels hebben te lijden van online shoppen en de weg kwijtraken hoeft dankzij Google Maps niet meer. Volgens de Zwitser Lucius Burckhardt (1925-2003) heeft die technologische ontwikkeling ook ons beeld van de stad veranderd. Tijdens zijn loopbaan als hoogleraar bij de afdeling Architectuur, Stads- en Landschapsplanning aan de Universität Kassel analyseerde hij onder meer de impact van (auto)mobiliteit op onze waarneming van de stedelijke ruimte. In de na zijn dood uitgegeven bundel met diverse bijdragen over deze thematiek geeft Burckhardt het voorbeeld van historische stadstuinen. Toen ze aangelegd werden, zat het verassende van de tuinen ‘m in het contrast tussen stad en land en de moeite die een voetganger moest doen om het ‘stadsgroen’ te bereiken. Neem Venetië, waarover Burckhardt schrijft: ‘Na de lange wandeling door de stenigste van alle steden, door Venetië, kwam de tuin van vorstin Papadopoli ongetwijfeld over als een waar paradijs. Vandaag de dag, nu we de plek via de parkeerplaats van het busstation betreden, imponeert hij nauwelijks meer. Onder andere omstandigheden is hetzelfde niet meer hetzelfde.’
Is het erg dat onze blik op de stad door technologie verandert? Burckhardt vindt van wel, want daarmee krijgt de stad geen eerlijke kans om zijn oorspronkelijke schoonheid te tonen. Ook kan een gewijzigd stadsbeeld leiden tot planologische ‘bijziendheid’. Zo zijn steden die zijn (her)ingericht vanuit het perspectief van automobilisten niet per se aantrekkelijk voor voetgangers. Daarom introduceert Burckhardt de Spaziergangswissenschaft oftewel Promenadologie als een methode om mensen weer bewust te maken van hun leefomgeving. Die ‘wandelwetenschap’ laat ons meer genieten van de stad en biedt ook nuttige beleidsinzichten. Stedelijke ontwikkeling die gebaseerd is op de promenadologie doet recht aan de lokale geschiedenis en de menselijke maat. En uiteindelijk levert dat steden op die authentieker, leefbaarder en aantrekkelijker zijn.
Op een stedentrip pas ik Burckhardts methode regelmatig toe. Bij het bezoeken van een highlight probeer ik de weg ernaartoe zoveel mogelijk te voet af te leggen. Zo nam ik de wandelroute naar het klooster van Fuensanta op een berg bij de Spaanse stad Murcia in plaats van een rit met de taxi of bus. Tijdens de wandeling zag ik hoe mooi het klooster in het landschap is ingepast – een ervaring die toeristen die op de parkeerplaats bij het klooster worden gedropt moeten missen. Terugblikkend op het bezoek kan ik alleen maar zeggen: de weg ernaartoe was net zo mooi als de bestemming.
Bron: L. Burckhardt (2006), Warum ist Landschaft schön? Die Spaziergangswissenschaft, Martin Schmitz Verlag, Berlin
Deze column is eerder gepubliceerd in Stadswerk Magazine (07/2024)