Deens hedonisme
Welke associaties heeft u bij het begrip ‘duurzaamheid’? Grote kans dat u de term verbindt met ‘besparen’, ‘zonnepanelen’, ‘elektrisch rijden’ of ‘goed voor het klimaat’. Nobele zaken, maar niet per se iets om warm voor te lopen of vrolijk van te worden. Dat gevoel wordt onbewust nog eens versterkt door het element ‘duur’ aan het begin van het woord – daar houden wij Nederlanders niet van. Is het niet mogelijk om duurzaamheid wat positiever te framen?
De Deense architect Bjarke Ingels denkt van wel. Hij heeft het over ‘hedonistic sustainability’, een concept dat zich laat vertalen als ‘duurzaamheid waar je blij van wordt’. ‘Duurzaamheid moet niet voelen als een morele opoffering of een politiek dilemma of een filantropische reden. Het moet een ontwerpuitdaging zijn’, zo stelde hij in 2011 in een TED Talk. En twee jaar daarvoor merkte hij in zijn manifest ‘Yes is More’ al op dat perfecte architectuur ‘ja’ moet zeggen op menselijke wensen en behoeften. Anders gezegd: Ingels pleit ervoor om duurzaamheid optimistisch te benaderen en als kans te zien om het leven van mensen leuker te maken. In een artikel in het tijdschrift Arteks maken onderzoekers Estika en haar collega’s duidelijk dat Ingels het niet bij mooie woorden laat: hij maakt zijn filosofie concreet. Onder de vlag van ‘hedonistische duurzaamheid’ heeft zijn bureau BIG meerdere bouwprojecten gerealiseerd die het nuttige met het aangename verenigen: ze zijn niet alleen duurzaam, maar bieden de gebruikers ook meerwaarde en plezier.
Een goed voorbeeld is het door Ingels ontworpen 8 House in Kopenhagen. Het boogvormige complex bestaat uit een mix van woningen en winkels. Twee groene binnenpleinen, een daktuin en een opvangsysteem voor regenwater zorgen voor duurzaamheid, terwijl de diverse onderdelen van het gebouw met elkaar verbonden zijn door voetgangersstraten. Behalve voor een mooi uitzicht zorgen die straten voor interactie tussen de bewoners. CopenHill, eveneens in de Deense hoofdstad, is al net zo’n eyecatcher. De primaire functie van het complex is het omzetten van afval in groene energie. Maar op het schuine dak van de energiecentrale ligt een kunstmatige skipiste. Naast skiën kun je er klimmen en andere bergsporten beoefenen – en dat midden in Kopenhagen.
Ook in Nederland zien we intussen mooie voorbeelden van hedonistische duurzaamheid. Neem Solarpark De Kwekerij in het Gelderse Hengelo: het park wekt groene stroom op, maar heeft dankzij de aanleg van wandelpaden en de aanplant van bloemen en planten rond de zonnepanelen tevens recreatieve waarde. En in Almelo is het water bewust teruggebracht in de binnenstad. Dat past in de lokale strategie van klimaatadaptatie, maar levert ook plezier op voor bewoners en bezoekers. Water is immers een attractiefactor die de openbare ruimte mooier maakt.
Bron: N.D. Estika et al. (2020), The hedonistic sustainability concept in the works of Bjarke Ingels, Arteks, 5 (3), pp. 339-345
Deze column is eerder gepubliceerd in Stadswerk Magazine (08/2024)