De stad bij nacht

Op de Duitse documentairezender ZDFinfo zag ik laatst enkele reportages over het nachtleven in wereldsteden. Ik had verwacht dat het vooral over de uitgaanswereld zou gaan, maar dat was niet het geval. In de docu’s werden allerlei ‘nachtwerkers’ gevolgd. Zo kwamen schoonmakers van de openbare ruimte in Londen en Rome aan het woord, evenals een bioloog die de stilte van de nacht in Rio de Janeiro aangreep om er onderzoek naar urbane fauna te doen. Bijzonder was ook de ‘beroeps-Bob’ uit de Chinese megacity Chongqing: een jongen die met z’n vouwfiets een stadswijk doorkruiste om feestgangers die gedronken hadden in hun eigen auto naar huis te rijden. De reportages deden me beseffen hoe weinig we bij stedelijke ontwikkeling oog hebben voor ‘de stad bij nacht’ en de mensen die zich dan door de straten begeven.

In 1978 wees socioloog Murray Melbin in het artikel ‘Night as frontier’ reeds op het belang van de stedelijke 24-uurs samenleving. Hij zag de nacht als een nieuwe grens die stedelingen exploreerden, vergelijkbaar met hoe pioniers vroeger het westen van de VS verkenden. Met de introductie van kunstmatige verlichting in de 19e eeuw werden nachtelijke activiteiten voor steden belangrijker. Was de stad bij nacht aanvankelijk voorbehouden aan een kleine en overzichtelijke groep pioniers, geleidelijk kwamen er steeds meer typen nachtwerkers bij, van chauffeurs en zorgmedewerkers tot winkelpersoneel en beveiligers. Nachtelijke activiteiten gaan volgens Melbin gepaard met nieuwe gedragsstijlen en een decentralisatie van macht: omdat hun ‘bazen’ slapen, heeft het personeel meer autonomie. En al wordt de nacht vaak geassocieerd met zaken die het daglicht niet kunnen verdragen, onder nachtwerkers onderling is er veel solidariteit en behulpzaamheid, zo toonde Melbin voor de stad Boston aan. Met zijn artikel plaveide de socioloog de weg voor inspirerende boeken als ‘24/7: Late Capitalism and the Ends of Sleep’ (2014) van Jonathan Crary en ‘The Nocturnal City’ (2018) van Robert Shaw.

Nachtwerk anno nu is niet beperkt tot wereldsteden zoals Londen, Rio de Janeiro en Boston. Ook in ‘gewone’ steden in ons eigen land is het belang van de nachtelijke uren toegenomen, of je nu gaat kijken in Alkmaar, Nieuwegein of Veghel. Bovendien omvat het meer dan nachtdiensten in de horeca, zorg en industrie. Want wie zorgt ervoor dat de pakketjes binnen een dag worden afgeleverd? Inderdaad: de online- en bezorgeconomie heeft de 24-uurs samenleving een impuls gegeven, vooral op het gebied van de detailhandel, logistiek en beveiliging. In Nederland werken ongeveer 1,2 miljoen mensen soms of regelmatig ’s nachts, aldus een TNO-studie uit 2024. Dat komt neer op 15% van de beroepsbevolking. Wat betekent dat voor de stedelijke leefomgeving? Het nadenken daarover staat nog in de kinderschoenen. Hoog tijd om licht te werpen op de stad bij nacht: een interessant en relevant onderzoeksterrein ligt braak.

Bron: M. Melbin (1978), Night as frontier, American Sociological Review, 43 (1), pp. 3-22

Deze column is eerder gepubliceerd in Stadswerk Magazine (05/2025)

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns