Groener in de stad

Als je duurzaam wilt leven, waar kun je dan beter wonen: op het platteland of in de stad? Intuïtief zullen veel mensen zeggen: op het ‘groene’ platteland, met z’n overvloed aan natuur, rust en ruimte. Toch is dat maar zeer de vraag. Jaren geleden zette het artikel ‘Green Manhattan’ in The New Yorker (2004) me aan het denken. In het stuk deed journalist David Owen verslag van zijn verhuizing van New York naar het landelijke Connecticut. Wat bleek? De ecologische voetafdruk van het gezin Owen nam met ruim een factor zeven toe. In Manhattan, hartje New York, woonden ze in een flat en was het energie- en waterverbruik veel lager dan in hun nieuwe vrijstaande woning in het buitengebied. En belangrijker nog: in New York verplaatsten Owen en zijn gezin zich vooral te voet of met het openbaar vervoer, terwijl ze in Connecticut voor werk, boodschappen en vrijetijdsbesteding de auto moesten pakken. Natuurlijk, vanwege de grotere bevolkingsdichtheid van steden is de CO2-uitstoot per km² er hoog. Maar kijk je naar de uitstoot per inwoner, zo beargumenteert Owen, dan is de stedeling milieuvriendelijker dan de plattelander.

Tegelijkertijd zie je dat het platteland zich graag opwerpt als koploper op het gebied van duurzaamheid. Regelmatig lees je in de media over aansprekende groene dorpsinitiatieven in binnen- en buitenland. Het Duitse dorp Saerbeck is intussen een populaire bestemming bij energiewethouders, net zoals het klimaatvriendelijke Deense eiland Samsø. Ook in Overijssel worden telkens dezelfde succesverhalen aangehaald, zoals ecodorp Olst, Duurzaam Hoonhorst, de Heetense energiecoöperatie Endona en Energieneutraal Noord-Deurningen. En eerlijk is eerlijk: wat de initiatiefnemers – meestal vrijwilligers – allemaal voor hun dorp tot stand hebben gebracht, is ronduit indrukwekkend en vormt een bron van inspiratie.

Toch hoor ik nog maar weinig over de visie van duurzame dorpen op nabijgelegen steden. Wat is de reactie van Hoonhorst als ‘Manhattan aan de IJssel’ – de veelzeggende bijnaam van groeistad Zwolle – voor zijn toenemende energiebehoefte een beroep op het dorp doet? En is Noord-Deurningen bereid om niet alleen biogas op te wekken voor de eigen inwoners, de school en het dorpshuis, maar ook voor de ‘noabers’ in Oldenzaal? Het lijkt me goed dat de duurzame koplopers van Overijssel zich op dit soort vragen voorbereiden. Zelf vind ik dat de dorpen de stad tegemoet moeten komen, al was het maar omdat dorpelingen vanouds meeprofiteren van naburige stedelijke voorzieningen zoals onderwijs, gezondheidszorg en cultuur. Ongetwijfeld zal menigeen het niet met me eens zijn, zeker omdat het gevoel heerst dat de stad minder groen is dan het platteland. Maar denk dan nog even aan ‘Green Manhattan’: per saldo leven stedelingen duurzamer dan plattelanders.

Dit is de uitgeschreven tekst van een column die Stad en Regio verzorgde in de Podcast ‘Platteland kiest positie’ van de provincie Overijssel (29 oktober 2021)

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns