Het nieuwe wonen
Ondanks alle media-aandacht voor bevolkingskrimp blijft het platteland van Overijssel als woonomgeving geliefd. Dat geldt niet alleen voor ‘gewortelde blijvers’, maar ook voor nieuwkomers van buiten de provincie. Het landelijk gebied ontwikkelt zich tot een laboratorium voor ‘het nieuwe wonen’. Zo biedt vrijkomende agrarische bebouwing mogelijkheden voor gespecialiseerde woonvormen, zoals erfdelen (huishoudens die samen op een erf gaan wonen), thuishuizen (woonvoorzieningen voor ouderen) en woongroepen in allerlei soorten en maten.
Knooperf De Veldboer in Langeveen is een goed voorbeeld van ‘plattelandswonen 2.0’. Het knooperf-concept houdt in dat er rond een oude boerderij een beperkt aantal nieuwe woningen komt te staan. Om ervoor te zorgen dat de huizen in de omgeving passen, wordt de bouw begeleid door architecten en bouwkundigen. Erve De Veldboer telt in totaal twaalf woningen. Ze hebben allemaal een Twentse uitstraling om de eenheid van het knooperf in het karakteristieke landschap te waarborgen. De kopers van de woningen hebben daartoe een contract met voorwaarden moeten tekenen. Ook zijn ze deels verantwoordelijk voor het onderhoud van het groen op het erf. Op haar beurt beheert de gemeente de openbare ruimte en de wegen naar de locatie.
Knooperf De Veldboer is er niet zonder slag of stoot gekomen. Zeven jaar overleg en plannenmakerij gingen eraan vooraf. Na een mislukt experiment van de gemeente heeft een projectontwikkelaar het project overgenomen. Maar het resultaat mag er zijn. Het mooie van Knooperf De Veldboer is dat het tevens inspeelt op lokale woonbehoeften. Er zijn bijvoorbeeld starterswoningen gekomen voor stellen uit het dorp – het knooperf bleek een alternatief voor reguliere dorpsuitbreiding. Hierdoor kwam de wens van jonge Langeveners alsnog uit: gewoon in hun dorp blijven wonen.
Deze column is eerder gepubliceerd in het boekje ‘Streekwijzer: stad en land in Overijssel samen op weg’ (2019), een coproductie van Stad en Regio en de provincie Overijssel