Het Preston-model

In het noordwesten van Engeland, niet ver van Manchester, ligt Preston. Toen de voormalige industriestad in 2011 in de zoveelste crisis belandde, besloot het gemeentebestuur dat het roer deze keer echt om moest. Anders dan in het verleden, toen gewacht werd op impulsen van buitenaf (denk aan investeringen van multinationals of van de Britse overheid), keken de stadsbestuurders nu naar mogelijkheden om Preston van binnenuit toekomstperspectief te bieden. Onder de noemer van Community Wealth Building (CWB) lanceerde de gemeente een benadering die inmiddels bekend staat als het ‘Preston-model’.

Het boek The Preston Model and Community Wealth Building: Creating a Socio-Economic Democracy for the Future (2021) – onder redactie van Julian Manley en Philip Whyman – gaat uitgebreid in op de gevolgde strategie. Het Preston-model kent meerdere pijlers, waarvan ‘insourcing’ en ‘economic democracy’ de belangrijkste zijn. Insourcing verwijst naar lokale aanbesteding: de gemeente roept grote publieke werkgevers in de stad (denk aan het ziekenhuis en de universiteit) op zoveel mogelijk zaken te doen met het plaatselijke bedrijfsleven. Want op deze wijze stroomt het geld de lokale economie in waar het weer geïnvesteerd kan worden – het lekt het niet weg naar ondernemingen die elders gevestigd zijn. En in navolging van het Spaanse coöperatieve bedrijvennetwerk Mondragón – een toonbeeld van economic democracy – stimuleert de gemeente Preston de oprichting van bedrijven waarin het personeel het voor het zeggen heeft. De gedachte is dat de winst zo eerlijker verdeeld kan worden. Uiteindelijk profiteert de lokale gemeenschap daarvan in plaats van een groep anonieme aandeelhouders buiten de regio. Economische democratie krijgt vorm in werknemerscoöperaties en andere vormen van collectief eigendom. Idealiter zorgt dat voor de opbouw van gemeenschapsvermogen oftewel ‘community wealth building’.

In theorie klinkt het Preston-model als een klok. Maar werkt het ook in de praktijk? Het lijkt er wel op, concluderen Manley en Whyman op basis van de bijdragen die ze in hun boek hebben gebundeld. Met name het beleid om te voorkomen dat er geld weglekt naar bedrijven die geen band met de stad hebben heeft z’n vruchten afgeworpen. De werkloosheid in Preston nam af, terwijl de stedelijke economie minder gevoelig werd voor externe invloeden. En mede dankzij het invoeren van arbeiderszelfbestuur bij lokale bouwbedrijven kwam het in Preston tot succesvolle investeringen in de binnenstad. Een mooie bijvangst van community wealth building was dat de sociale cohesie in de stad toenam. Wel stellen critici dat het Preston-model protectionistisch is (en daarmee in strijd met handelsafspraken). Desondanks laten steeds meer steden zich door de community wealth building-gedachte inspireren en proberen ze het motto ‘wees loyaal, koop lokaal’ in de praktijk te brengen.

Bron: J. Manley & Ph. B. Whyman (eds.) (2021), The Preston Model and Community Wealth Building: Creating a Socio-Economic Democracy for the Future, Routledge, London

Deze column is eerder gepubliceerd in Stadswerk Magazine (08/2025)

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns