Opgroeien in het groen

Dat een stad baat heeft bij gras, planten en bomen, is intussen een no brainer. Of het nu gaat om waterberging, biodiversiteit of gezondheid, een groene openbare ruimte draagt er positief aan bij. Zo levert een klein beetje natuur in een stedelijke omgeving al gezondheidswinst op. Wandelen in een boomrijke straat, even op een bankje zitten in het park of wat scharrelen in je balkontuin heeft min of meer therapeutische werking. Uit een Amerikaans onderzoek bleek zelfs dat patiënten die vanuit hun ziekenhuisbed uitkeken op groen sneller herstelden dan patiënten die uitzicht hadden op een blinde muur. Stadsgroen doet goed – het is in feite een lokale nutsvoorziening.

De invloed van groen op de stad gaat nog verder. Eind jaren negentig deden vier wetenschappers van de University of Illinois onderzoek naar kinderen die in een hoogbouwwijk in Chicago opgroeiden. De flats waar ze woonden maakten deel uit van hetzelfde complex, waren op dezelfde manier gebouwd en hun ouders hadden een vergelijkbare sociaaleconomische achtergrond. Het enige verschil: de binnenplaats van sommige woontorens bestond uit openbaar groen (gras en bomen), terwijl de buitenruimte van andere flats van beton was. Wat bleek? Kinderen die opgroeiden in de ‘groene’ woonomgeving ontwikkelden zich anders dan degenen uit de ‘grijze’. Ze speelden meer buiten en hun speelgedrag was gevarieerder en creatiever dan dat van buurtgenoten die aangewezen waren op de versteende binnenplaats. Het groen stimuleerde de kinderen tot meer beweging en prikkelde hun verbeelding. In onderzoeken die op deze baanbrekende studie volgden werd zelfs aangetoond dat bewoners van ‘groene’ flatomgevingen zich cognitief beter ontwikkelden dan de ‘grijze’ groep. In enkele studies werd zelfs een verband gelegd met crimineel gedrag. De aanwezigheid van veel groen in dichtbevolkte hoogbouwwijken zou ertoe leiden dat kinderen meer mogelijkheden hebben om hun emoties te beheersen en ze zo minder ontvankelijk maken voor criminaliteit.

Uit sociaalwetenschappelijke studies komen nooit universele waarheden naar voren. Toch lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat de baten van stadsgroen niet slechts in het fysieke domein liggen. Ook bij de aanpak van sociale opgaven kunnen gras, planten en bomen nuttig zijn. Dat besef dringt steeds meer door, ook in ons eigen land. Maar kortetermijnbelangen winnen het helaas nog vaak van baten op de lange termijn. En daarbij gaat het niet eens zozeer om de kosten van openbaar groen. Het punt is vooral dat ruimte in steden schaars is; groen concurreert met andere ruimtevragers. Maar met het onderzoek uit Chicago in gedachten mogen we gerust zeggen dat onze kinderen blij zullen zijn met meer groen in de stad – al was het maar omdat ze er zo fijn kunnen spelen.

Bron: A. Faber Taylor, A. Wiley, F.E. Kuo & W.C. Sullivan (1998), Growing up in the inner city: green spaces as places to grow, Environment and Behavior, 30 (1), pp. 3-27

Deze column is eerder gepubliceerd in Stadswerk Magazine (01/2023)

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns