Overal gezichten

Ongetwijfeld hebt u bij het zien van een gebouw of een ander element in de buitenruimte wel eens gedacht: ‘hé, dat doet me denken aan een gezicht’. Een object in de wereld om ons heen kan zelfs een bepaalde gelaatsuitdrukking oproepen. Zo heb ik wel eens een verbaasd huis, geschokte boom of boos kijkende putdeksel gezien. Het verschijnsel dat we overal gezichten in herkennen, heet pareidolie, een begrip dat is afgeleid van de Griekse woorden ‘para’ (verkeerd, in plaats van) en ‘eidolon’ (beeld, vorm). Pareidolie is een specifieke vorm van apophenie, een visuele illusie waarin we een patroon ontdekken in alledaagse dingen.

Hoe komt het dat we vaak maar enkele triggers in onze omgeving nodig hebben om er direct een gezicht in te ontwaren? Volgens neurowetenschappers en psychologen heeft dat te maken met de menselijke evolutie. Als sociale wezens hebben mensen vanaf de oertijd geleerd om zich razendsnel een oordeel te vormen over personen die ze tegenkwamen: is dit iemand met goede intenties of juist kwade bedoelingen? Door die voortdurende training zijn we gezichtsherkenners bij uitstek geworden. Volgens de bekende stedenbouwer Jan Gehl speelt er nog iets mee. Hij wijst op het fenomeen dat we ‘s zomers op een terras zo graag ‘mensen kijken’. Uiteindelijk, zo stelt hij, ontleent de mens aan zijn medemens de grootste vreugde. Het neveneffect daarvan is dat we overal gezichten in zien – zelfs als er helemaal geen sprake van is.

Ik kwam het begrip pareidolie voor het eerst tegen in het boek Cognitive Architecture: Designing for How We Respond to the Built Environment (2021) van de onderzoekers Ann Sussman en Justin B. Hollander. Ze maken duidelijk hoe neurologische en psychologische inzichten kunnen bijdragen aan betere architectuur en stedenbouw. Behalve onze neiging om overal patronen en gezichten in te zien beschrijven de auteurs andere principes waarmee ontwerpers die op menselijke maat willen bouwen rekening kunnen houden. Denk aan onze gerichtheid op randen, muren en andere beschutte plekken: daar voelen we ons veilig, ze geven ons houvast in een wereld die vanouds bol staat van de gevaren. Of neem onze voorkeur voor symmetrie. Volgens Sussman en Hollander activeren symmetrische objecten in de gebouwde omgeving onbewust de spieren die we gebruiken als we glimlachen, wat ons geruststelt en kalmeert. Verder noemen ze de universele behoefte van de mens aan verhalen (storytelling) en een link met de natuur (biophilia). Maar pareidolie blijft voor mij met meest fascinerende evolutionaire inzicht, al was het maar omdat ik nu weet dat het niet aan mij ligt dat ik overal gezichten in herken.

Bron: A. Sussman en J.B. Hollander (2021), Cognitive Architecture: Designing for How We Respond to the Built Environment, tweede druk, Routledge, New York

Deze column is eerder gepubliceerd in Stadswerk Magazine (07/2025)

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns