Tijdloze Twentse Post

In de herfst zit ik ’s avonds graag met een boekje in een hoekje. En omdat dit jaargetijde toch wat weemoedig stemt, lees ik het liefst iets uit vervlogen tijden. Op zoek naar passende lectuur viel in de bibliotheek mijn oog op een ingebonden jaargang van Twentse Post uit 1966, een maandblad over onze streek. Wat was het nieuws in Twente een halve eeuw geleden? Anno nu is het verrassend om te lezen. Zo heeft de hal van de stadhuizen van Enschede en Hengelo begin 1966 een keer als moskee voor Turkse moslims gediend omdat de kerken in de stad waar ze normaal konden bidden allemaal in gebruik waren. In Oldenzaal mocht er dat jaar in het overdekte zwembad voor het eerst gemengd gezwommen worden. Op 20 juni kregen tweeduizend Twentse gezinnen Spaanse wijn uit het jaar 1906 cadeau: een geschenk van Nico van Heek, directeur van het Schuttersveld-concern, die daarmee zijn zestigste verjaardag vierde. En wist u dat Goor destijds de snelst groeiende plaats van Overijssel was? In vijftig jaar tijd is er in onze regio veel veranderd.

Maar er viel me in de Twentse Post van 1966 nog iets op. Regelmatig had ik namelijk het idee dat ik een bericht uit de actualiteit aan het lezen was. Neem het debat over het Streekplan Twente: de drie grote steden vonden het een aantrekkelijke visie, maar kleinere gemeenten vreesden voor hun positie. De gemeente Rijssen pleitte bijvoorbeeld voor toewijzing van meer industriegrond, terwijl de burgemeester van Tubbergen constateerde ‘dat de plattelander in het plan er heel slecht afkomt’. Ook elders in het vergeelde blad is het een feest der herkenning: industrie en techniek werden beschouwd als motor van de regio, de politiek sprak over krachtenbundeling en ondernemers maakten zich zorgen over het imago van Twente in de buitenwereld. Koppen als ‘Plattelandsschooltjes in voortbestaan bedreigd’, ‘Recreatie kanaal Almelo-Nordhorn’ en ‘Bestuursorgaan voor Twente’ spreken eveneens boekdelen. Hoe origineel zijn onze huidige discussies over krimp, innovatie, vrijetijdseconomie en bestuurlijke samenwerking eigenlijk?

Godfried Bomans schreef eens: ‘Er wordt nooit iets nieuws gezegd. Er wordt altijd iets nieuw gezegd’. Hebben we in Twente te maken met oude wijn in nieuwe zakken of zijn sommige thema’s gewoon tijdloos? Toevallig bevat een van de nummers van Twentse Post uit 1966 een stuk over het begrip ‘tijd’ in onze streektaal. Naast berusting (‘Alns wil zien tied hebben’) zijn er optimistische geluiden: ‘Nao dissen tied komt nog wa wier andere tieden’. En dat is natuurlijk waar. Zo kunnen we nu van het scherm de Twentse Post bekijken – iets wat men in 1966 wellicht nooit voor mogelijk had gehouden. Want toen ik op internet ging zoeken naar de jaren waarin de Twentse Post verscheen (antwoord: tussen 1962 en 1981), kwam ik erachter dat de jaargangen tot met 1971 zijn te downloaden bij de Twentse Taalbank – met dank aan vrijwilligers die ze hebben ingescand. Juist in de herfst kijk ik ernaar uit om al die nummers door te bladeren, op zoek naar herkenning en verrassing.

Deze column is eerder gepubliceerd in de Twentsche Courant Tubantia van 13 oktober 2016

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Ik wil meer informatie

Bel mij terug

Bekijk alle columns